Johann Hermann Knoop en de kunst van de geschiedenis

Cor Wagenaar

Samenvatting


Johann Hermann Knoop was born at the beginning of the eighteenth century in Freyenhagen near Kassel (Germany), where his father was in charge of the palace gardens. In 1731, Maria Louise, daughter of the Elector and widow of the Frisian stadholder Johan Willem Friso, summoned Knoop to the court of the ‘Frisian’ House of Orange in Leeuwarden. There he was responsible for the layout and maintenance of the gardens and estates. In 1747 the ‘Hollandse’ branch of the House of Orange died out and the Frisian branch relocated to The Hague. Leeuwarden lost its status as royal residence and not long afterwards Johann Hermann lost his position. So began his second career as scientist and publicist. 

Knoop regarded mathematics, and in particular geometry, as the key to understanding the natural world. It is significant that Knoop’s first publication, in 1744, was a revised and enlarged edition of J. Morgenster’s handbook for engineers and surveyors, Werkdadige Meetkonst. His next scientific publication brought him international fame. Knoop’s Pomologia appeared in Dutch in 1758; German and French translations followed in 1760 and 1771 respectively. Pomologia classifies all the then known apple and pear trees and their fruit, and is embellished with exceptionally fine, coloured drawings. It was followed by similar volumes on garden trees and fruit trees; the trilogy was reprinted several times. Knoop’s contributions to the Dutch encyclopedia underscores his status as a respected scientist. 

However, his greatest importance derives from the publications in which he addressed himself to the ordinary citizen. These can be divided into three categories: garden books, historical-anthropological works and, finally, publications in which he endeavoured to summarize information useful in everyday life. Knoop’s first book written for a general readership, published in 1752, was about the garden: De beknopte huishoudelyke hovenier, of korte verhandeling en synonymische en meernamige listen (The concise home gardener, or brief discourse and synonymic and multiname lists). It was followed in 1760 by a volume explaining the ornamental garden. A volume dealing with the medicinal use of plants completed the trilogy in 1762. 

Just as mathematics helps us to understand the natural world, so history and anthropology are helpful in understanding the social order. After a 1759 booklet about heraldry, geography and history in the form of a game (a precursor of today’s ‘serious gaming’), in 1763 Knoop published his masterwork in this field: Tegenwoordige staat of historische beschryvinge van Friesland (Current state or historical account of Friesland), a hefty 539-page work. 

The third category summarizes existing knowledge. In 1756 the first volume of Jongmans onderwijser appeared, followed three years later by volume two; together they amounted to over 1500 pages of information on mathematics, bookkeeping, the art of letter writing, the proper way to draw up contracts, geometry, stereometry, political history, logic, physics, mechanics, architecture, astronomy and instructions for making sundials. The section on architecture is over one hundred pages long and can lay claim to being the Netherlands’ best concealed eighteenth-century architectural treatise. 

Knoop’s world was that of science, art and popular education. He believed that it was science that determined the individual’s position in the natural and social order and he felt that it was essential that people should be aware of this: dissemination of knowledge was as important for him as scientific research, and that made him a typical representative of the Enlightenment.


Referenties


J.R. Thorbecke, Bedenkingen aangaande het regt en den staat, Amsterdam 1825. Geciteerd in: J. Drentje, Thorbecke. Een filosoof in de politiek, Amsterdam 2004, 190.

P. Karstkarel, ‘Johann Hermann Knoop (ca. 1700-ca. 1768), horticularae practicus et scientiarum amator te Leeuwarden’, in: C. Scheffer e.a. (red.), Achttiendeeeuwse kunst in de Nederlanden (Leids kunsthistorisch jaarboek 4 [1985]), Delft 1987, 469.

Karstkarel 1985 (noot 2).

K.J. Harderwijk, Biografisch woordenboek der Nederlanden bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, s.l. 1862.

J.H. Knoop. Tuinman van prinses Maria Louise en verlicht ‘allesweter’, Historisch Centrum Leeuwarden, 9 april 2015 tot 3 januari 2016.

A. Chua, Day of Empire. How Hyperpowers Rise to Global Dominance – and Why They Fall, New York 2007, xxxiii.

J. van Horn Melton, The Rise of the Public in Enlightenment Europe, Cambridge 2001, 2.

D. Beals, Enlightenment and Reform in Eighteenth-century Europe, Londen/ New York 2005, 7.

J. Kloek en W. Mijnhardt, 1800. Blauwdrukken voor een samenleving. Nederlandse cultuur in Europese context, Den Haag 2001, 307.

H.A.M. Snelders, ‘Professors, Amateurs, and Learned Societies: The Organization of the Natural Sciences’, in: M.C. Jacob en W. Mijnhardt (red.), The Dutch Republic in the Eighteenth Century. Decline, Enlightenment and Revolution, Ithaca/ Londen 1992, 308-322, 313.

J.H. Knoop, Tegenwoordige Staat of Historische Beschryvinge van Friesland, Leeuwarden 1763, 153.

J.A.F. de Jongste, ‘The Restoration of the Orangist Regime in 1747’, in: Jacob en Mijnhardt 1992 (noot 10), 32-59, 51.

W. Frijthoff en M. Spies, 1650. Bevochten eendracht, Den Haag 1999, 156.

Karstkarel 1985 (noot 2), 466.

F. Jagtenburg, Marijke Meu, 1688-1765. Stammoeder van ons vorstenhuis, Gorredijk 2015, 190.

W. Eekhoff, Geschiedenis van den Stads- of Prinsentuin te Leeuwarden, s.l., 1836, 7, 8.

http://www.eaddsterwierrum.nl/ gerbada/

Knoop verwijst naar dit ontwerp in zijn Dendrologie. R.L.P. Mulder-Radetzky, Staniastate te Oenkerk. Monument van de Maand, Leeuwarden 1988, 47.

J.H. Knoop, Beschouwende en Werkdadige Hovenier-Konst of Inleiding tot de Waare Oeffening der Planten, Leeuwarden 1753.

Knoop 1753 (noot 19).

E. de Jong, ‘“De jongste zuster der schoone kunsten”. Tuinkunst in 18eeeuws Nederland’, in: Nederlandse tuinen in de achttiende eeuw, Amsterdam/ Maarssen 1986, 1-30, 8.

J. Morgenster en J.H. Knoop, Werkdadige Meetkonst, ’s-Gravenhage 1757.

Camper maakte deel uit van de jury van de stadhuisprijsvraag in Groningen; mede dankzij zijn toedoen won het neoclasKNOB ersistische ontwerp van J.O. Husly (1738- 1796), dat in het begin van de negentiende eeuw werd uitgevoerd.

De tweede druk van Werkdadige Meetkonst verscheen in 1757 bij Ottho van Thiel in Den Haag, de derde bij Jan Abraham Bouvink, ook in Den Haag, in 1784 – Knoop was toen al overleden. Een bewerkte editie, ten slotte, werd in 1820 in Amsterdam gepubliceerd onder de titel Werkdadige meetkunst.

Karstkarel 1985 (noot 2), 476.

Morgenster en Knoop 1757 (noot 22).

K.J. Gildemacher en J.H.P. van der Vaart, Een rijk bezit. Skarsterlân op de achttiende- eeuwse kaarten van Johan Vegelin van Claerbergen, Utrecht 2007.

Van Pomologia verscheen al in 1763 de tweede druk, dit keer door A. Ferwerda en G. Tresling, die in 1770 ook de derde editie verzorgden. Daarvoor waren in 1760, twee jaar na de eerste Nederlandse druk, en in 1766 twee Duitse vertalingen verschenen, beiden in Nürnberg, en in 1771 een Franse vertaling bij M. Magérus in Amsterdam.

De Amsterdamse uitgever La Veuve K. van Tongerlo & Fils gaf de Franstalige editie van Fructologia uit, in 1771 publiceerde de eveneens in Amsterdam gevestigde Magérus een tweede Franse druk.

Karstkarel 1985 (noot 2), 477.

In 1769 en 1773 werden beide delen herdrukt bij S.J. Baalde in Amsterdam, en in 1789 volgde, ook in Amsterdam, een derde complete herdruk. De laatste editie zag in 1803 het licht, ook in Amsterdam maar nu bij Laurens Groenewoud




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.115.2016.3.1403



Copyright (c) 2016 Cor Wagenaar

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.