Beoordeling van de staat van conservering van een Midden-Neolithische vuursteenmijn in Valkenburg aan de Geul

Rob van Hees, Timo G. Nijland

Samenvatting


Upper Cretaceous Maastricht limestone (locally denominated as ‘mergel’) outcrops in the provinces of Dutch and Belgian Limburg. The Upper Cretaceous in the Netherlands consists of the geological Maastricht Formation and the upper part of the Gulpen Formation. Limestone from the Maastricht Formation represents one of the few native Dutch types of natural stone used for building and construction. Locally, limestone from both formations contains considerable amounts of flint. This flint was mined in Neolithic times, both from the Lanaye limestone in the Gulpen Formation and the Emael Limestone in the Maastricht Formation. Flint from the South Limburg province was used for tools in a major part of north-west Europe. Around the village of Valkenburg aan de Geul, flint was mined from the Emael limestone. The originally subsurface mine, which had become exposed due to excavation of the valley slope in the past, was discovered in the 1990s. In the current study, the state of conservation of a Middle Neolithic flint mine situated at Plenkertweg in Valkenburg aan de Geul is assessed, eight years after the site was discovered. The assessment is based on determination of hydric behaviour and petrographic investigation of Maastricht limestone from the outcrop, and analysis of moisture conditions of the outcrop itself.


Volledige tekst:

PDF

Referenties


F.T.S. Brounen, H. Pisters & P. Ploegaerts, ‘In het hol van ‘de Leeuw’; Een kalksteenwand met prehistorische vuursteenmijnen in Valkenburg aan de Geul’, Historisch en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal 1993, 7-35.

W.M. Felder, ‘Lithostratigrafie van het Boven-Krijt en het Dano- Montien in Zuid-Limburg en het aangrenzende gebied. In: W.H. Zagwijn & C.J. van Staalduinen (red.), Toelichting bij geologische overzichtskaarten van Nederland. Rijks Geologische Dienst, Haarlem, 1975, 63-72. W.M. Felder & P.W. Bosch, Krijt van Zuid-Limburg. NITG-TNO, Delft/Utrecht 2000.

Felder en Bosch 2000.

Mergel is overigens geologisch gezien een zeer ongelukkige naam, aangezien dit per definitie een kleirijke kalksteen / kalkrijke klei is. Maastrichter kalksteen zou derhalve gelukkiger zijn.

L. Keuller, E. Lehaye en W. Sprenger, ‘Limburgsche bouwstenen’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limburg 46(1910), 307-367. F.H.G. Engelen, ‘Mergel’ als bouwsteen’, Grondboor en Hamer 26, 1972, 191-196. F.H.G. Engelen, ‘2500 Jaar winning van kalksteen in Zuid-Limburg’, Grondboor en Hamer 29, 1975, 38-64. P.W. Bosch, ‘Voorkomen en gebruik van natuurlijke bouwsteen in Limburg’, Grondboor en Hamer 43( 1989), 215- 222. Felder en Bosch 2000. R. Dreesen, M. Dusar en F. Doperé, Natuursteen in Limburgse monumenten, Provinciaal Natuurcentrum, Genk 2001. R. Dreesen en M. Dusar, ‘Historical building stones in the province of Limburg (NE Belgium): Role of petrography in provenance and durability assessment’, Materials Characterization 53, 2004, 273-287. C.W. Dubelaar, M. Dusar, R. Dreesen, W. Felder en T.G. Nijland, ‘Maastrichtian limestone: Regionally significant building stones in Belgium and the Netherlands, serving cultural heritage from Roman times up to the present day’, in: R. Fort, M. Alvarez de Buergo, M. Gomez-Heras en C. Vazquez-Calvo (red.), Heritage, weathering and conservation. Taylor en Francis, London 2006, 9-14.

Keuller et al. 1910, R. Dreesen et al. 2001, C.W. Dubelaar et al. 2007.

H.L. de Groot, ‘De Heilige Kruiskapel te Utrecht’, Bulletin KNOB 93(1994), 135-149. R. Rijntjes, ‘De ecclesiola in het Utrechtse castellum. Bouwhistorische interpretatie van de resten van de Heilige- Kruiskapel’, Bulletin KNOB 93(1994), 150-161.

A. Slinger, H. Janse en G. Berends, Natuursteen in monumenten, Baarn 1980. T.G. Nijland, C.W. Dubelaar en H.J. Tolboom, ‘De historische bouwstenen van Utrecht’, in: W. Dubelaar, (red.), Utrecht in steen. Historische bouwstenen in de binnenstad, Utrecht 2007, 31-109.

W.M. Felder, ‘Overzicht van de prehistorische vuursteenexploitaties binnen het Krijtgebied tussen Aken – Heerlen – Luik – Maastricht en Tongeren’, in: P.C.M. Rademakers, red., De prehistorische vuursteenmijnen van Ryckholt – St. Geertruid, Nederlandse Geologische Vereniging, Afdeling Limburg, Beek, 1998, 169-192.

Rademakers (red.) 1998.

P.C.M. Rademakers, ‘C14-dateringen van de prehistorische vuursteen- winplaatsen in Zuid-Limburg en omgeving, gekalibreerd naar vergelijkbare BC-jaren’, in: Rademakers (red.) 1998, 283-288.

Felder en Bosch 2007.

Rademakers 1998.

H. Löhr, ‘Zur Verbreitung von Feuerstein aus den Bergwerken in der Umgebung von Maastricht in Deutschland’, in: 2nd International Symposium on Flint. Nederlandse Geologische Vereniging, Staringia 3(1976), 95-97.

W.M. Felder, ‘De Valkenburg-vuursteenindustrie in Zuid-Limburg’, in: 2nd International Symposium on Flint. Nederlandse Geologische Vereniging, Staringia 3(1976), 81-85. W.M. Felder op. cit., 1998.

Brounen et al. op. cit.

Rademakers 1998.

Felder en Bosch 2000.

Bepaald volgens de RILEM CPC 11.3 methode.

Vgl. Dubelaar et al. 2007.

T.G. Nijland, J.C. Zwaan, D. Visser en J. Leloux, De mineralen van Nederland, Leiden 2007.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.108.2009.5-6.163



Copyright (c) 2015 Bulletin KNOB