Omslagafbeelding

Dom Adelbert Gresnigt. Agent van de roomse inculturatiepolitiek in China (1927–1932)

Thomas Coomans

Samenvatting


Dom Adelbert Gresnigt (1877-1956) was a Dutch Benedictine monk and artist from the Belgian abbey of Maredsous. Educated as a painter and a sculptor at the abbey art school of Beuron in Germany, he worked in Italy, Brazil, the United States, China, and the Vatican. This article focuses on the five years Gresnigt spent in China (March 1927-January 1932), with the papal mission to create a ‘Sino-Christian’ architectural style that would contribute to the new indigenization policy of the Holy See.

Based both on unexplored archives and fieldwork, this article reconstructs the chronology of Gresnigt’s works in China and analyses his major buildings in the perspective of the religious and architectural contexts. Since the rise of the Republic (1912) China faced politic and social challenges that threatened Christian evangelization. Therefore, popes Benedict XV and Pius XI promoted ‘indigenization’ (or ‘inculturation’, ‘localization’): the western missionaries should no longer serve their national interests but those of the universal Church and work toward the development of local churches, with native priests and bishops. In 1922, Rome sent an apostolic delegate to China, archbishop Celso Costantini, who implemented indigenization despite the opposition of many conservative missionaries. He was convinced of the crucial role of art and architecture and considered it urgent to create a specific Sino-Christian style and stop building Western-style gothic churches. Because the Catholics were in competition with the Protestant missions in the field of high education, the first new buildings were educational buildings for Chinese priests and the Catholic elite.

Costantini commissioned Gresnigt with this task. Gresnigt integrated the American Benedictine community of the Catholic University of Peking, was given a Chinese name (Ge Lisi, 葛利斯), and spent the year 1927 studying ancient Chinese architecture. In 1929-31, he designed and built four important educational buildings: the seminary of the Disciples of the Lord at Xuanhua (Hebei province), the regional seminaries of Kaifeng (Henan province) and Aberdeen (Hong Kong), and the Catholic University of Peking (Beijing), the latter being Gresnigt’s masterpiece. The world economic crisis interrupted the financing of further works. Gresnigt’s designs for the cathedral of Haimen (Jiangsu province) and St.-Teresa in Kowloon (Hong Kong) were never built.

The article examines the meaning and the specificity of Gresnigt’s work in the context of both the architectural evolution of China in the 1920s and the competition between Catholics and Protestants. The originality of his buildings lies less in their style than in their design. The ‘Chinese Renaissance’ or ‘adaptive style’ was used since the late 1910s for Chinese official buildings and Protestant educational buildings, the most famous of which being the works of the American architect Henry K. Murphy. Gresnigt succeeded in developing a new design that referred to monastic, rational and introverted citadel-like buildings, which were totally different from Protestant university halls around open courtyards.

Finally, the article examines Gresnigt’s posterity. Due to the economic crisis and the Sino-Japanese war (1931-45), the Sino-Christian style did not develop further in the 1930s, except for liturgical furniture and paintings. After 1932, Gresnigt returned to Europe and worked as a painter and sculptor: he would not be involved in architectural design and China projects any longer.

Referenties


In de jaren twintig van de vorige eeuw bestond de term inculturatie nog niet; in plaats daarvan werd gesproken over adaptatie. Wij gebruiken inculturatie omdat dit begrip algemeen gebruikt wordt in het hedendaagse missioneringsonderzoek. In de huidige context van groeiende transculturatie en globalisering worden de Engelstalige begrippen ‘indigenization’ en ‘localization’ meer en meer gebruikt. Zie: N. Standaert, Inculturation. The Gospel and Cultures, Makati (Filipijnen) 1990.

N. Nieuwland, ‘In Memoriam. Dom Adelbert Gresnicht [sic]’, Revue monastique. Abbaye de Maredsous 145 (1956), 189-193; C. Soetens, ‘Gresnigt’, in: Dictionnaire d’histoire et de géographie ecclésiastiques 23, Parijs 1988, 174; F. Standaert, L’école de Beuron. Un essai de renouveau de l’art chrétien à la fin du XIXe siècle, Maredsous 2011, 29-35, 74-76 en 134-162; P.A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750–1880, ‘s-Gravenhage 1981, 177 (foutieve sterfdatum); Biografisch portaal van Nederland (met verwijzing naar RKD, nr. 368005): www.biografischportaal.nl/persoon/05966624 (geraadpleegd op 25 december 2013).

Het abdijarchief Maredsous bewaart bronnen in verschillende fondsen (matricule 141, correspondance abbés 1.1.9, dossier Gresnigt, plannen Gresnigt) bestaande uit een veertigtal plannen, een dertigtal schetsen, enkele foto’s, fragmentarische briefwisseling, enkele krantenknipsels, alsook Memoires. Met dank aan Dom Daniel Misonne, broeder Jean-Samuel Martin en broeder ’loi Merry. Eigentijdse publicaties zijn: Bulletin of the Catholic University of Peking 1-8 (1926–1931); Dossiers de la Commission synodale 5 (1932) en 14 (1941); L’artisan liturgique 24 (1932). Gresnigts gebouwen in Beijing, Hongkong en Kaifeng werden in 2012 en 2013 grondig bezocht. Met dank aan Hu Xinyu, Lau Leung-kwok, Lau Yee-cheung, Lam Cho-ming, Lam Sair-ling, Andrew Chan, Luo Wei, Anke Van Lancker, alsook de redactie van KNOB Bulletin, met name Marie-Thérèse van Thoor.

Dit artikel maakt deel uit van ons onderzoeksproject rond kerkelijke architectuur in China tussen 1840 en 1940: Th. Coomans, ‘From Western-Gothic to Sino-Christian Design. Indigenizing Catholic Architecture in China, 1900–1940’, in: C.Y.Y. Chu (red.), Chinese Catholicism from 1900 to the Present, New York 2014. Over Gresnigt, zie uitgebreid artikel: Th. Coomans, ‘La création d’un style architectural sino-chrétien. L’oeuvre d’Adelbert Gresnigt, moine-artiste bénédictin en Chine (1927–1932)’, Revue Bénédictine 123 (2013), 128-170.

Zijn Nederlandse vader Theodoor Gres­nigt was gehuwd met de française Thérèse Marie Bousse. Gresnigt behoorde tot een in de zestiende eeuw in Utrecht gevestigde familie. De naam wordt soms als Gresnicht gespeld, maar Gresnigt is de vorm die in de burgerlijke stand voorkomt en die Adelbert zelf gebruikte. Abdijarchief Maredsous, matricule 141.

Beuron was de moederabdij van Maredsous en kunstenaars van Beuron werkten op dat moment aan de muurschilderingen van de abdijkerk in Maredsous. D. Misonne, En parcourant l’histoire de Maredsous, Denée 2005, 115-130.

Soms ook Adalbert of Adelberto.

Noviciaat (1896–1898) en filosofie (1898–1899) in Maredsous, theologie aan de Sant’Anselmo in Rome (1899–1902), priesterwijding in Maredsous door Th.L. Heylen, bisschop van Namen. Abdijarchief Maredsous, matricule 141.

H. Krins, Die Kunst der Beuroner Schule. Wie ein Lichtblick vom Himmel, Beuron 1998; Standaert 2011 (noot 2).

Van januari 1934 tot december 1939 schilderde Gresnigt de decoratie van de kapel en refter van het Pontificio Collegio Olandese. In 1940 kreeg hij de opdracht het graf te ontwerpen voor Pius XI in de crypte van de Sint-Pietersbasiliek. Op verzoek van Costantini doceerde hij van 1940 tot 1948 het vak ‘christelijke kunst in de missielanden’ aan het internationaal College van de Propaganda Fide. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij kort betrokken bij de restauratie van de crypte van de heilige Benedictus in Montecassino. Na een beroerte in mei 1949 keerde hij terug naar Maredsous, waar hij op 29 oktober 1956 overleed. Zie: B.J.M. Ruijs, Dom Adelbert Gresnigt O.S.B. De kapel van het Nederlands priestercollege te Rome, onuitgegeven verhandeling in de kunstwetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen 1993; W. Grossouw, Alles is van U. Gewijde en profane herinneringen, Baarn 1981, 116-120. Gresnigt komt uitvoerig aan bod in het handboek: C. Costantini, L’arte christiana nelle missioni. Manuale d’arte per i missionari (Urbaniana 2), Rome 1940.

R.G. Tiedemann (red.), Handbook of Christianity in China. Volume Two: 1800 to the Present (Handbook of Oriental Studies 15/2), Leiden/Boston 2010, 278-353; C. Soetens, L’’glise catholique en Chine au XXe siècle (L’Histoire dans l’actualité 6), Parijs 1997, 1-38.

R.G. Tiedemann, Reference Guide to Christian Missionary Societies in China from the Sixteenth to the Twentieth Century, Armonk, NY/Londen 2009.

Soetens 1997 (noot 11), 67-80.

Celso Benigno Luigi Costanini (1876–1958), bisschop van Hierapolis (1921), aartsbisschop van Theodosiopolis (1922), apostolische afgevaardigde in China (1922–1933), apostolische administrator van Harbin, China (1931–1933), secretaris van de Propaganda Fide (1935–1953), kardinaal (1953), kanselier van de apostolische kanselarij (1953–1958). Zie: P. Goi (red.), Il Cardinale Celso Costantini e la Cina. Un protagonista nella chiesa e nel mondo del XX secolo, Pordenone 2008; R. Simonato, Celso Costantini tra rinnovamento cattolico in Italia e le nuove missioni in Cina, Pordenone 1985.

B.F. Pighin (red.), Chiesa e Stato in Cina. Dalle imprese di Costantini alle svolte attuali, Venetië 2010; Cardinal Celso Costantini and the Chinese Catholic Church, themanummer van Tripod 28 (2008) 148, online: www.hsstudyc.org.hk/en/tripod_en/en_tripod_148.html.

J.W. Cody, ‘Striking a Harmonious Chord. Foreign Missionaries and Chinese-style Buildings, 1911–1949’, Architronic. The Electronic Journal of Architecture V5n3 (z.d.), 1-30.

Over architectuur in China tijdens het Interbellum: E. Denison en G.Y. Ren, Modernism in China. Architectural Visions and Revolutions, Chichester 2008; P.G. Rowe en S. Kuan, Architectural Encounters with Essence and Form in Modern China, Cambridge, MA/Londen 2002, 24-86; J. Zhu, Architecture of Modern China. A Historical Critique, Londen/New York 2009; S. Xu, Jindai zhongguo jianshu de dansheng [Het begin van de Chinese moderne architectuur], Tianjin 2010; D. Lai, Zhongguo Jindai Jianzhushi Yanjiu [Historische studies over moderne Chinese architectuur], Beijing 2007.

J.W. Cody, Building in China. Henry K. Murphy’s ‘Adaptive Architecture’ 1914–1935, Hongkong 2001, 70-172.

Denison en Ren 2008 (noot 17), 39-81 en 145-251.

C. Costantini, ‘Le problème de l’art en pays de missions’, L’artisan liturgique 24 (1932), 816-819; C. Costantini, ‘L’universalité de l’art chrétien’, Dossiers de la Commission synodale 5 (1932), 410-417. Ook: A. Arrington, ‘Recasting the Image. Celso Costantini and the Role of Sacred Art and Architecture in the Indigenization of the Chinese Catholic Church, 1922–1933’, Missiology. An International Review 41 (2013) 4, 438-451.

C. Costantini, ‘The Need of Developing a Sino-Christian Architecture for Our Catholic Missions’, Bulletin of the Catholic University of Peking 3 (1927), 7-15; Costantini, L’art chrétien dans les missions. Manuel d’art pour les missionnaires, Parijs/Brugge/Amsterdam 1949, 212-214.

Meerdere resoluties van de synode van Shanghai bevalen expliciet een Chinees-christelijke stijl aan: ‘Praescriptiones de arte sacra’, Dossiers de la Commission synodale 5 (1932), 405-409. Ex Primo Concilio Sinensi. De Sacris Aedificiis, N. 453: In aedificandis et ornandis sacris aedibus et residentiis missionariorum non tantum exterae artis forma adhibeatur, sed, quantum fieri possit, nativa etiam sinensis gentis artis species, pro opportunitate, servetur.

Costantini 1927 (noot 21).

Abdijarchief Maredsous, Memoires, 142 (150); Bulletin of the Catholic University of Peking 1 (1926), 69-70; Costantini 1949 (noot 21), 213.

Costantini riep Gresnigt naar Rome, waar hij de wijding van de eerste zes Chinese bisschoppen in de Sint-Pietersbasiliek bijwoonde (28 oktober 1926) en door Pius XI in een privé-audiëntie werd gezegend (15 november 1926). Na een lange reis bereikte Gresnigt Beijing op 5 maart 1927.

Abdijarchief Maredsous, correspondance abbés 1.1.9. De naam Ge Lisi is zuiver fonetisch. Ge is een Chinese familienaam; shenfu betekent ‘priester’.

S. Healy, ‘The Plans of the New University Building’, Bulletin of the Catholic University of Peking 6 (1929), 5.

Vincent Lebbe: Lei Ming-yuan (1877–1940). J.P. Wiest, ‘Frédéric-Vincent Lebbe’, in: Biographical Dictionary of Chinese Christianity (Huaren jidujiao shi renwu cidian).

Kaokiachwang of Gaozhuang Zhangcun (provincie Hebei). Zie: Bulletin of the Catholic University of Peking 3 (1927), 14-15 en illustratie.

A. Gresnigt, ‘Chinese Architecture’, Bulletin of the Catholic University of Peking 4 (1928), 33-45.

Congregatio Discipulorum Domini (C.D.D.), Congregation of the Disciples of the Lord (Zhutu hui), in 1928 gesticht, sinds 1949 in Taiwan. Tiedemann 2009 (noot 12), 12.

Th. Coomans en W. Luo, ‘Exporting Flemish Gothic Architecture to China. Meaning and Context of the Churches of Shebiya (Inner Mongolia) and Xuanhua (Hebei) Built by Missionary-Architect Alphonse De Moerloose in 1903–1906’, Relicta. Heritage Research in Flanders 9 (2012), 219-262.

Abdijarchief Maredsous, Memoires, 160 (152).

Abdijarchief Maredsous, Gresnigt, 5 plannen, en Collectanea Commissionis Synodalis 14 (1941), platen 72/1-72/4.

Gresnigt zag het voltooide complex dus niet. A. Gresnigt, ‘Réflexions sur l’architecture chinoise’, Dossiers de la Commission synodale 5 (1932), 438-470 (425 en 433); S. Schüller, ‘L’architecture chrétienne en Chine’, L’Artisan liturgique 40 (1936), 824; Costantini 1949 (noot 21), 205.

A. Ghesquières en P. Muller, ‘Comment bâtirons nous dispensaires, écoles, missions catholiques, chapelles, séminaires, communautés religieuses en Chine?’, Collectanea Commissionis Synodalis 14 (1941), 71-73. Th. Coomans, ‘Construire des églises, des séminaires et des écoles catholiques dans la Chine en pleine tourmente (1941). Une utopie missionnaire?’, in T.-M.A. Chen (red.), Le Christianisme chinois aux 19e et 20e siècles figures, événements et missions (Leuven Chinese Studies), Leuven: Ferdinand Verbiest Institute, 2014 (ter perse); Brossard-Mopin had kantoren in onder meer Singapore, Tianjin, Shanghai, Saigon en Hải Phäng. Zie: D. Tucker, ‘France, Brossard-Mopin, and Manchukuo’, in: L. Victoir en V. Zatsepine (red.), Harbin to Hanoi. The Colonial Built Environment in Asia, 1840 to 1940, Hongkong 2013, 59-81.

Bulletin of the Catholic University of Peking 6 (1929), 131.

Abdijarchief Maredsous, Gresnigt, 1 plan, en Ghesquières en Muller 1941 (noot 36), 66-71.

Bulletin of the Catholic University of Peking 1 (1926), 7-56; 4 (1928), 15-32; 6 (1929), 67-91; 7 (1930), 115-119; 8 (1931), 103-130.

Abdijarchief Maredsous, Gresnigt, 15 plannen waarvan 2 gedateerd (25 mei 1929 en 20 juli 1929).

Bulletin of the Catholic University of Peking 6 (1929), 132.

Abdijarchief Maredsous, Memoires, vermeldt de naam van deze Chinese architect niet.

C. Costantini, Con i missionari in Cina (1922–1933). Memorie di fatti e di idee, deel 2, Rome, 1946, 128-130; G. Schramm, ‘The Laying of the Corner Stone’, Bulletin of The Catholic University of Peking 7 (1930), 19-30.

De combinatie van de crash van Wall Street (24 oktober 1929) en de toevallige dood van Dom Aurelius Stehle, de kan­selier van de universiteit (12 februari 1930), veroorzaakte ernstige zorgen over de terugbetaling van de aan Amerikaanse banken geleende bedragen.

Abdijarchief Maredsous, Memoires, 167-168 (159-160).

Bulletin of the Catholic University of Peking 7 (1930), 150.

Healy 1929 (noot 27), 3-12.

Healy 1929 (noot 27), 3; Schramm 1930 (noot 43), 29-30.

Gresnigt 1928 (noot 30), 42.

Zijn eerste schetsen voor Hongkong dateren uit oktober 1927: S. Ticozzi, ‘Celso Costantini’s Contribution to the Localization and Inculturation of the Church in China’, Tripod 28 (2008) 148, noot 14.

Bulletin of the Catholic University of Peking 6 (1929), 127 en 130; 8 (1931), 150. In zijn memoires verwart Gresnigt de data van zijn twee verblijven in Hongkong. Abdijarchief Maredsous, Memoires, 186-196 (178-204).

De naam Little, Adam and Wood staat op de plannen van de zijvleugels, gedateerd juli 1930. Abdijarchief Maredsous, plannen Gresnigt en Memoires, 187 (179) en 196-197 (188-189).

De hoeksteen draagt lange inscripties in het Latijn en het Chinees.

De Ierse jezuïeten die het seminarie leidden, namen het gebouw in gebruik op 1 november 1931.

Een Chinees dak met dakpannen zoals in Kaifeng en in Beijing was in Hongkong onmogelijk omwille van de ligging van het gebouw aan de kust en de frequente tyfoons.

Voorgevel van St. Teresa in Chinese stijl: Bulletin of the Catholic University of Peking 6 (1929), 11. Brief van Gresnigt aan pater Granelli in verband met het ontwerp, 25 januari 1929. Hongkong, parochiearchief van St. Teresa (met dank aan father Louis Ha).

Ticozzi 2008 (noot 50). St. Teresa werd ontworpen door de Chineze aannemer Channatong en opgericht door het bouwbedrijf Crédit Foncier d’Extröme-Orient. De datum op de hoeksteen is 23 april 1932. Zie: South China Morning Post, 17 december 1932.

Abdijarchief Maredsous, Gresnigt, 10 ongedateerde plannen.

Van 8 tot 17 augustus 1931: reis naar Kobe om aartsbisschop Costantini te verwelkomen bij zijn terugkomst uit de Verenigde Staten. Bulletin of the Catholic University of Peking 8 (1931), 160.

A. Gresnigt, ‘Reflections on Chinese Architecture’, Bulletin of the Catholic University of Peking 8 (1931), 3-26. Ver­taling: Gresnigt 1932 (noot 35).

Costantini 1949 (noot 21), deel 2, 246-405.

Abdijarchief Maredsous, correspondance abbés 1.1.9, matricule 141.

Het grote missiebeleid van de eerste helft van het pontificaat van Pius XI werd bovendien ondergeschikt aan nieuwe prioriteiten zoals de kwestie van de houding van de Kerk ten opzichte van de opkomende totalitarismen in Europa. Soetens 1997 (noot 11), 139-150.

C. Costantini, Contra spem in spem. Le drame actuel des missions en Chine (Les questions missionnaires 8), Loppem-Brugge: Abdij Zevenkerken, 1931; T. Feiya, ‘Christianity and the Communist Revolution’, in: Tiedemann 2010 (noot 11), 708-711.

Bijvoorbeeld: ‘Monk Creates a New Architecture in China’, The Milwaukee Journal, 10 juli 1932; R.F. Cochrane, ‘An Artist-Monk who is also an Architect’, Boston Evening Transcript, 20 augustus 1932.

Costantini 1949 (noot 21), 214 (citaat uit het Frans vertaald).

H.K. Murphy, ‘Adaptation of Chinese Architecture’, Journal of the Association of Chinese and American Engineers 7 (1926), 2-8; H.K. Murphy, ‘An Architectural Renaissance in China. The Utilization in Modern Public Buildings of the Great Styles of the Past’, Asia 28 (1928), 468-475.

Zoals bijvoorbeeld de Amerikanen Henry Murphy en Fred Rountree, de Deen Johannes Prip-M˜ller, en de Hongaar Lazlo Hudec.

J.W. Cody, ‘American Geometries and the Architecture of Christian Campuses in Chine’, in: D.H. Bays en E. Widmer (red.), China’s Christian Colleges. Cross-Cultural Connections, 1900–1950, Stanford 2009, 27-56.

Behalve enkele kleine werken en de publicatie van artikelen: ‘L’art religieux dans les pays de missions’, L’artisan liturgique 40 (1936); Ghesquières en Muller 1941 (noot 36), 1-81.

L. Swerts en K. De Ridder, Mon Van Genechten (1903–1974), Flemish Missionary and Chinese Painter. Inculturation of Christian Art in China, Leuven 2002 (Leuven Chinese Studies 11); Tcheng Suan-tu (Ch’en Hsü/Chen Yuan-du/Chen Xuan-du) (1902/1903–1967); Ticozzi 2008 (noot 50), noot 20.

Enkele gekende tekeningen, bijvoorbeeld in: Bulletin of the Catholic University of Peking 4 (1928), 44.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.113.2014.2.658



Copyright (c) 2015 Bulletin KNOB