Omslagafbeelding

Stadswording in de Lage Landen van de tiende tot de vijftiende eeuw. Een overzicht aan de hand van vijfhonderd jaarruimtelijke inrichting

Reinout Rutte, Bram Vannieuwenhuyze

Samenvatting


Although occasionally united, the Low Countries were and are a conglomeration of Dutch speaking states whose origins mostly lie in medieval times. Actually, the Low Countries coincide with the Netherlands, Flanders (the Dutch speaking part of Belgium) and the far north-western part of France. They are situated along the North Sea coast line and lie at the mouths of important rivers such as the Rhine, the Meuse and the Scheldt. Thanks to this excellent geographical situation the Low Countries have been one the most urbanized regions of Europe since medieval times.

Since several decades, urban history is a booming discipline and it is studied from numerous perspectives, in the Low Countries as well as abroad. In the Low Countries, this flourishing state of affairs is in sharp contrast with the lack of academic interest in urban morphology. The analysis of medieval urban form receives only little attention from Dutch and Belgian scholars and there is a lack of comparative research. After reviewing published town atlases and related atlas series and urban monographs (Fig. 1), this article provides a comparative overview of urban genesis within the Low Countries, in an analysis of town plans by Jacob van Deventer (around 1550 - Figs. 3-9).

From the 10th until the 14th century, an impressive number of towns of all kinds and sizes were established (Fig. 2). This is the period of town formation in the Low Countries. Until the 14th century, the Southern part of the Low Countries was the most important, but later the Northern part, especially Holland, gradually became the core area of urbanization. During the 14th century, new groups of towns blossomed in the North, while at the same time the genesis of towns in the South came to a standstill.

These are only the first results of a very rough comparative analysis. To obtain a better insight and to explain the genesis of these groups of towns, and to get a grip on the urban form, more comparative and synthetic research is needed. This future research should focus on urban form and its transformations, not only within the context of general assumptions about economic prosperity and trading routes, but even more with regard to the genesis of various groups of towns with a comparable plan, their location in specific landscapes and well-intended policies by lords, merchants and burghers – all this in the light of processes of change, like the gradual shift of the genesis of towns from the South of the Low Countries to the North.


Volledige tekst:

PDF

Referenties


Een scherpe afbakening van de Lage Landen valt moeilijk te maken. De uitsnede van de kaart (afbeeldingen 1 en 2) geeft de door ons gekozen begrenzing weer, grofweg het tegenwoordige Nederland, Vlaanderen (het Nederlandstalige deel van België) en het uiterste noordwesten van Frankrijk. Graag danken wij Gerben Hofmeijer en Arnoud de Waaijer voor het tekenen van de kaarten, en Marcel IJsselstijn, Alexander Lehouck, Marc Ryckaert en Jelle Lisson voor enkele interessante suggesties in verband met de uitgewerkte casussen.

W. Blockmans, Metropolen aan de Noordzee. De geschiedenis van Nederland 11001560, Amsterdam 2010, 15-22; J. de Vries, European Urbanization 1500-1800, Londen 1984.

Zie over het gebrek aan overzichtsstudies: J.E. Abrahamse, H. Baas en R. Rutte, ‘Hollands Erfgoed. De stand van het onderzoek naar de geschiedenis van architectuur, stedenbouw en cultuurlandschap’, OverHolland 8 (2009), 86-114. Vergelijk: E. Taverne, ‘Terug naar Dorestad. Op zoek naar vroege stedelijke stelsels in de noordelijke delta’, in: R. Rutte en H. van Engen (red.), Stadswording in de Nederlanden. Op zoek naar overzicht, Hilversum 2005, 171-186.

Zie over de betrouwbaarheid van Jacob van Deventers kaarten: De stadsplattegronden van Jacob van Deventer, voorwoord C. Koeman, inleiding J.C. Visser, Weesp 1992. Zie over de functie en betekenis van deze kaarten verder: L. Vollenbronck, ‘De stadsplattegronden van Jacob van Deventer. Geen militaire maar een territoriaal-politieke functie’, Historisch-Geografisch Tijdschrift 27 (2009) 2, 73-83; E. Heere e.a., ‘De functie van de stadsplattegronden van Van Deventer’, Historisch-Geografisch Tijdschrift 28 (2010) 4, 140-145; B. Vannieuwenhuyze, ‘De stadsplannen van Jacob van Deventer: staatsgeheim, koffietafelboek, handelswaar of beleidsinstrument?’, Historisch-Geografisch Tijdschrift 29 (2011) 3, 130-135.

F.L. Ganshof, Over stadsontwikkeling tusschen Loire en Rijn gedurende de Middeleeuwen, Antwerpen [etc.] 1941, werd gepubliceerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, daarna verschenen: F. Petri, ‘Die Anfänge des mittelalterlichen Städtewesens in den Niederlanden und dem angrenzenden Frankreich’, in: Studien zu den Anfängen des europäischen Städtewesens, Lindau/Konstanz 1958, 227-295; F. Vercauteren, ‘La vie urbaine entre Meuse et Loire du VIe au XIIe siècle’, in: Settimane di studio del Centro italiano di studi sull’alto medioevo. VI. La città nell’alto medievo, Spoleto 1959, 453-484; A. Verhulst (red.), Anfänge des Städtewesens an Schelde, Maas und Rhein bis zum Jahre 1000, Keulen/Weimar/Wenen 1996; A. Verhulst, The Rise of Cities in North-West Europe, Cambridge 1999.

H. Sarfatij, ‘Dutch Towns in the Formative Period (AD 1000-1400). The archaeology of settlement and building’, in: J.C. Besteman, J.M. Bos en H.A. Heidinga (red.), Medieval Archaeology in the Netherlands. Studies presented to H.H. van Regteren Altena, Assen/Maastricht 1990, 183-198; Ontstaan en vroegste geschiedenis van de middeleeuwse steden in de Zuidelijke Nederlanden. Een archeologisch en historisch probleem. 14de Internationaal Colloquium. Spa, 6-8 sept. 1988. Handelingen, s.l. 1990.

Ook verschenen artikelen en bijdragen in boeken die een specifieke casus behandelen, maar die blijven hier buiten beschouwing. Zie voor het Nederlandse onderzoek in de periode vóór 1980: G. van Herwijnen (red.), Bibliografie van de stedengeschiedenis van Nederland, Leiden 1978; voor België zie: P. Beusen en H. Rombaut, Bibliografie van de geschiedenis van de steden van België en van het Groothertogdom Luxemburg, Brussel 1998. Verder wijzen wij hier graag op de Historische plattegronden van Nederlandse steden, Alphen aan den Rijn 1978-2007, waarin een schat aan historische kaarten van steden in reproductie is opgenomen, voorzien van een korte toelichting. In de reeks zijn verschenen: Amsterdam (1978), Rotterdam (1984, herziene uitgave 2006), Utrecht (1990), Batavia (1992), De steden van Hollands Noorderkwartier (1991), Haarlem (1993), Leiden (1997), Gelderland. De steden van de Veluwe (1997), Gelderland. De steden van het Rivierengebied (1999), Gelderland. De steden van de Achterhoek en Liemers (2006), Overijssel. De steden van Noordwest-Overijssel (2002), Overijssel. Deventer, de steden van Twente en langs de Vecht (2005), Friesland. De Friese Elf steden, deel 1 (2006), Bergen op Zoom (2006) en Den Haag (2007).

Zie over het Europese atlasproject: M.P. Conzen, ‘Retrieving the Pre-Industrial Built Environments of Europe. The Historic Towns Atlas Programme and Comparative Morphological Study’, Urban Morphology 12 (2008) 2, 143-156; www.historiaurbium.org/english/ home_en.html (geraadpleegd op 30 juni 2014). Een lijst van de verschenen atlassen is te vinden op: www.ria.ie/research/ ihta/european-project.aspx (geraadpleegd op 30 juni 2014).

Historische stedenatlassen van Nederland (uitgegeven door Delftse Universitaire Pers, Delft) en België (uitgegeven door Het Gemeentekrediet van België, Brussel): B.M.J. Speet, Aflevering 1. Haarlem (1982); B.M.J. Speet, Aflevering 2. Amersfoort (1982); M.M. Doornink-Hoogenraad, Aflevering 3. Zutphen (1983); B.M.J. Speet, Aflevering 4. Kampen (1986); J.C. Visser e.a., Aflevering 5. Schoonhoven en Nieuwpoort (1990); F. Hermans, Aflevering 6. Venlo (1999); W.A. van Ham, Aflevering 7. Bergen op Zoom (2003); Noten

O. Debaere, Historische stedenatlas van België. Typologische dossiers. Maaseik (1997). De eerste vier afleveringen van de Historische stedenatlas van Nederland verschenen onder redactie van G. van Herwijnen, C. van de Kieft, J.C. Visser en

J.G. Wegner, de volgende drie afleveringen onder redactie van P.A. Henderikx, P.H.D. Leupen, J.C. Visser en J.G. Wegner.

De kaarten in alle delen zijn getekend door Th. Rothfusz. Zie voor de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse Historische Stedenatlassen: R. Rutte, ‘Bouwstenen voor vergelijkende analyse? Stedenatlassen en het stadshistorisch onderzoek in Nederland’, Stadsgeschiedenis 3 (2008) 1, 71-86. Dit artikel uit 2008 vormde de basis voor de alinea’s van deze paragraaf die zijn gewijd aan de atlassen over Nederlandse steden.

Historische atlassen (uitgegeven door sun, Amsterdam; die van Walcheren, Zutphen en Dordrecht door Vantilt, Nijmegen): B. Gunterman, Historische atlas van Nijmegen. 2000 jaar ruimtelijke ontwikkeling in kaart gebracht (2003); P. van de Laar en M. van Jaarsveld, Historische atlas van Rotterdam. De groei van de stad in beeld (2004); M. Potjer, Historische atlas van Arnhem. Van Schaarsbergen tot Schuytgraaf (2005); E. Verhees en A. Vos, Historische atlas van ’s-Hertogenbosch. De ruimtelijke ontwikkeling van een vestingstad (2005); E. Ramakers, Historische atlas van Maastricht. 2000 jaar aan Maas en Jeker (2005); H. Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (2005); S. van Schuppen, Historische atlas van Den Haag. Van Hofvijver tot Hoftoren (2006); B. Speet, Historische atlas van Haarlem. 1000 jaar Spaarnestad (2006); G. Capiteyn, L. Charles en M.-C. Laleman, Historische atlas van Gent. Een visie op verleden en toekomst (2007); M. Schroor, Historische atlas van de stad Groningen. Van esdorp tot moderne kennisstad (2009); P. Blom e.a., Historische atlas van Walcheren. Continuïteit en verandering op een Zeeuws eiland (2009); B. Speet, Historische atlas van Amsterdam. Van veendorp tot hoofdstad (2010); W. Frijhoff, M. Groothedde en C. Te Strake, Historische atlas van Zutphen. Torenstad aan de Berkel (2011); E. Benschop, T. de Bruijn en I. Middag (red.), Historische atlas van Dordrecht. Stad in het water (2013). Bij sun verscheen ook een atlas van Hilversum, geen middeleeuwse stad maar een woonstad die ontstond in de decennia rond 1900: A. Kos, Historische atlas van Hilversum. Van esdorp tot mediastad (2013). 11 Historische stedenatlassen van België (uitgegeven door Het Gemeentekrediet van België, Brussel): K. Breugelmans e.a., Historische Stedenatlas van België. Lier (1990); M. Ryckaert, Historische Stedenatlas van België. Brugge (1991); R. Ostyn, Historische Stedenatlas van België. Tielt (1993); H. Installé, H. Rombaut en G. Croenen, Historische Stedenatlas van België. Mechelen (1997).

J. Gerits, Historische steden in Limburg, s.l. 1989.

H. Installé e.a., Historische Stedenatlas van België. Mechelen II, Mechelen 1997.

O. Debaere, Stedenatlas. Oostende. Een topografisch overzicht van de ontwikkelingen van een fel begeerde havenstad, Oostende 2002.

Zie voor een uitgebreidere bespreking van de Nederlandse stadsmonografieën: R. Rutte, ‘Historische atlassen, stadsmonografieën en het onderzoek naar de ruimtelijke transformatie van Nederlandse steden’, OverHolland 8 (2009), 116-131.

Stadsmonografieën Nederland: W. Frijhoff e.a., Geschiedenis van Zutphen, Zutphen 1989; P.B.N. van Luyn, Stadt Sittard, een grensoverschrijdend verleden, Sittard 1993; H.J.J. Lenferink (red.), Geschiedenis van Kampen, deel 1. ‘Maer het is hier te Campen’, Kampen 1993 – J. Kummer (red.), Geschiedenis van Kampen, deel 2. ‘Zij zijn Kampers’, Kampen 2001; G. van der Ree-Scholtens e.a. (red.), Deugd boven geweld. Een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995, Hilversum 1995; J. van Herwaarden e.a., Geschiedenis van Dordrecht, deel 1. tot 1572, Hilversum 1996 – W. Frijhoff, H. Nusteling en M. Spies (red.), Geschiedenis van Dordrecht, deel 2. Van 1572 tot 1813, Hilversum 1998 – P. Kooij en V. Sleebe (red.), Geschiedenis van Dordrecht, deel 3. Van 1813 tot 2000, Hilversum 2000; J. Folkers (red.) Geschiedenis van Harderwijk, Amsterdam 1998; R. Kunst e.a. (red.), Leeuwarden 750-2000. Hoofdstad van Friesland, Franeker 1999; A. van der Schoor, Stad in aanwas. Geschiedenis van Rotterdam tot 1813, Zwolle 1999 – P. van de Laar, Stad van formaat. Geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw, Zwolle 2000; A. van der Schoor, Dorpen rond Rotterdam. Van ontstaan tot annexatie, Rotterdam 2013; R.E. de Bruin e.a. (red.), Een paradijs vol weelde. Geschiedenis van de stad Utrecht, Utrecht 2000; A. Vos e.a. (red.), ’s-Hertogenbosch. De geschiedenis van een Brabantse stad 1629-1990, Zwolle 1997 – P.Th.J. Kuijer, ’s-Hertogenbosch. Stad in het hertogdom Brabant ca. 1185-1629, Zwolle 2000; M. van der Eerden-Vonk, J. Hauer en G. van Omme (red.), Wijk bij Duurstede 700 jaar stad. Ruimtelijke structuur en bouwgeschiedenis, Hilversum 2000; P. Abels (red.), Duizend jaar Gouda. Een stadsgeschiedenis, Hilversum 2002; C. Dekker, Een schamele landstad. Geschiedenis van Goes tot aan de Satisficatie in 1577, Goes 2002; R.C.J. van Maanen en J. Marsilje (red.), Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, deel 1. Leiden tot 1574, Leiden 2002 – R.C.J. van Maanen en S. Groenveld (red.), Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, deel 2. 1574-1795, Leiden 2003 – R.C.J. van Maanen en B.M.A. de Vries (red.), Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, deel 3. 1795-1896, Leiden 2004 – R.C.J. van Maanen en J.C.H. Blom (red.), Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, deel 4. Vanaf 1896, Leiden 2004; M. Schroor, Geschiedenis van Dokkum. Hart van noordelijk Oostergo, Dokkum 2004; J.G. Smit en E. Beukers (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 1. Vroegste tijd tot 1574, Zwolle 2004 – Th.F. Wijsenbeek-Olthuis (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 2. De tijd van de Republiek, Zwolle 2004 – Th.A.H. de Nijs en J.J.Th. Sillevis (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 3. Negentiende en twintigste eeuw, Zwolle 2005; M. Carasso-Kok (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel I. tot 1578. Een stad uit het niets, Amsterdam 2004 – W. Frijhoff en M. Prak (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel II-1. 1578-1650. Centrum van de wereld, Amsterdam 2004 – W. Frijhoff en M. Prak (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel II-2. 1650-1813. Zelfbewuste stadstaat, Amsterdam 2005 – R. Aerts en P. de Rooy (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel III. 1813-1900. Hoofdstad in aanbouw, Amsterdam 2006 – P. de Rooy (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel IV. 1900-2000. Tweestrijd om de hoofdstad, Amsterdam 2007; W. Willems e.a. (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 1. Prehistorie en oudheid, Wormer 2005 – H. Bots en J. Kuys (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 2. Middeleeuwen en nieuwe tijd, Wormer 2005 – J. Brabers (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 3. Negentiende en twintigste eeuw, Wormer 2005; J. ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, Zwolle 2005; P.J.H. Ubachs en I.M.H. Evers, Tweeduizend jaar Maastricht. Een stadsgeschiedenis, Zutphen 2006; D. Aten e.a. (red.), De geschiedenis van Alkmaar, Zwolle 2007; B. Speet, Edam. Duizend jaar geschiedenis van een stad, Zwolle 2007; R.M. Kemperink en B.G.J. Elias, Bruit van d’Eem. Geschiedenis van Amersfoort, Utrecht 2009; F. Keverling Buisman e.a. (red.), Arnhem tot 1700, Utrecht 2008 – F. Keverling Buisman e.a. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900, Utrecht 2009 – M.H. van Meurs e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw, Utrecht 2004; L. Bultje- van Dillen e.a. (red.), Geschiedenis van Rhenen, Utrecht 2008; H. Slechte, Geschiedenis van Deventer, Zutphen 2010; E. Beukers en C. van Sijl (red.), Geschiedenis van de Zaanstreek, Zaanstreek/Zwolle 2012; K. Gast, B. Kernkamp en L. Klep (red.), Geschiedenis van Wageningen, Wageningen 2013; P. Nissen en H. van der Bruggen, Roermond. Biografie van een stad en haar bewoners, Hilversum 2014. 17 Stadsmonografieën België: J. Stengers (red.), Brussel. Groei van een hoofdstad, Antwerpen 1979; M. Van der Eycken, Geschiedenis van Diest, Diest 1980; R. Van Uytven (red.), De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, Leuven 1980; J. Ghysens, Aalst in Vlaanderen, Aalst 1981; R. Van Outryve, Diksmuide door de eeuwen heen, Woumen/Diksmuide 1981; M. Bussels, J. Grauwels en E. Houtman, Hasselt 750 jaar stad. 1232-1982, s.l. 1982; J.A. Van Houtte, De geschiedenis van Brugge, Tielt 1982; H. De Kok en E. Van Autenboer (red.), Turnhout. Groei van een stad, Turnhout 1983; P. Kempeneers, Tienen in vroeger tijden, Tienen 1984; M. Van der Eycken, De historische ontwikkeling van Diest, Brussel 1984; A. Lens, Lier, voorheen en nu, Antwerpen/Roeselare 1986; K. Van Isacker en R. Van Uytven (red.), Antwerpen. Twaalf eeuwen geschiedenis en cultuur, Antwerpen 1986; Ph. Despriet, M. Pyncket en R. Pille, 900 jaar Menen, Kortrijk 1987; J. De Meulemeester e.a., Gestalla 1988. Duizend jaar Gistel. Bijdragen tot de geschiedenis, archeologie en genealogie van Gistel, Gistel 1988; J. Helsen, 2000 jaar Tongeren. 15 v..r Chr. tot 1985, Hasselt 1988; B. Baillieul en A. Duhameeuw, Een stad in opbouw. Gent voor 1540, Tielt 1989 – G. Van Doorne (red.), Een stad in opbouw 2. Gent van 1540 tot de wereldtentoonstelling van 1913, Tielt 1992; J. Decavele (red.), Gent. Apologie van een rebelse stad. Geschiedenis, kunst, cultuur, Antwerpen 1989; R. Dumon, De geschiedenis van Nieuwpoort, Langemark 1989; F. Muylaert, Roeselare door de jaren heen, Roeselare 1989; N. Maddens (red.), De geschiedenis van Kortrijk, Tielt 1990; R. Buyck e.a., Zevenhonderdvijftig jaar Eeklo. De geschiedenis van Eeklo, Eeklo 1990; R. Van Uytven (red.), De geschiedenis van Mechelen. Van heerlijkheid tot stadsgewest, Tielt 1991; M. Boonen e.a., Maaseik. Ontstaan en groei van een grensstad, Maaseik 1994; R. Jacobs, Brussel. De geschiedenis in de stad, Brugge 1994; R. Jacobs, Brugge een stad in de geschiedenis, Brugge 1997; P. Cornet en J. Robert (red.), Brugge. De geschiedenis van een Europese stad, Tielt 1999; C. Billen en J.-M. Duvosquel (red.), Brussel, Antwerpen 2000; E. Bussière (red.), Lille, Antwerpen 2000; R. Tijs, Antwerpen. Historisch portret van een stad, Tielt 2001; V. Vermeersch (red.), Brugge, Antwerpen 2002; W. Prevenier en R. Van Eenoo (red.), Geschiedenis van Deinze, Deinze 2003-2007; R. Jacobs, Een geschiedenis van Brussel, Tielt 2004; N. Maddens, De geschiedenis van Kortrijk in ’t kort, Kortrijk 2005; I. Mariën, Kroniek van Geraardsbergen. Een vogelvlucht door het verleden, Geraardsbergen 2007; R. Tijs, Antwerpen. Atlas van een stad in ontwikkeling, Tielt 2007; M. Boone en G. Deneckere (red.), Gent. Stad van alle tijden, Antwerpen 2010; P. Trio e.a., Tijd voor Oudenaarde, Oudenaarde 2012.

Vergelijk: R. Rutte en J.E. Abrahamse (red.), Atlas van de verstedelijking in Nederland. 1000 jaar ruimtelijke ontwikkeling, Bussum/Delft, 2014, Deel I (11- 153) met de monografieën van vijfenderHollandse stad, deel 3. 1795-1896, Leiden 2004 – R.C.J. van Maanen en J.C.H. Blom (red.), Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, deel 4. Vanaf 1896, Leiden 2004; M. Schroor, Geschiedenis van Dokkum. Hart van noordelijk Oostergo, Dokkum 2004; J.G. Smit en E. Beukers (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 1. Vroegste tijd tot 1574, Zwolle 2004 – Th.F. Wijsenbeek-Olthuis (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 2. De tijd van de Republiek, Zwolle 2004 – Th.A.H. de Nijs en J.J.Th. Sillevis (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel 3. Negentiende en twintigste eeuw, Zwolle 2005; M. Carasso-Kok (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel I. tot 1578. Een stad uit het niets, Amsterdam 2004 – W. Frijhoff en M. Prak (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel II-1. 1578-1650. Centrum van de wereld, Amsterdam 2004 – W. Frijhoff en M. Prak (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel II-2. 1650-1813. Zelfbewuste stadstaat, Amsterdam 2005 – R. Aerts en P. de Rooy (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel III. 1813-1900. Hoofdstad in aanbouw, Amsterdam 2006 – P. de Rooy (red.), Geschiedenis van Amsterdam, deel IV. 1900-2000. Tweestrijd om de hoofdstad, Amsterdam 2007; W. Willems e.a. (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 1. Prehistorie en oudheid, Wormer 2005 – H. Bots en J. Kuys (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 2. Middeleeuwen en nieuwe tijd, Wormer 2005 – J. Brabers (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 3. Negentiende en twintigste eeuw, Wormer 2005; J. ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, Zwolle 2005; P.J.H. Ubachs en I.M.H. Evers, Tweeduizend jaar Maastricht. Een stadsgeschiedenis, Zutphen 2006; D. Aten e.a. (red.), De geschiedenis van Alkmaar, Zwolle 2007; B. Speet, Edam. Duizend jaar geschiedenis van een stad, Zwolle 2007; R.M. Kemperink en B.G.J. Elias, Bruit van d’Eem. Geschiedenis van Amersfoort, Utrecht 2009; F. Keverling Buisman e.a. (red.), Arnhem tot 1700, Utrecht 2008 – F. Keverling Buisman e.a. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900, Utrecht 2009 – M.H. van Meurs e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw, Utrecht 2004; L. Bultje-van Dillen e.a. (red.), Geschiedenis van Rhenen, Utrecht 2008; H. Slechte, Geschiedenis van Deventer, Zutphen 2010; E. Beukers en C. van Sijl (red.), Geschiedenis van de Zaanstreek, Zaanstreek/Zwolle 2012; K. Gast, B. Kernkamp en L. Klep (red.), Geschiedenis van Wageningen, Wageningen 2013; P. Nissen en H. van der Bruggen, Roermond. Biografie van een stad en haar bewoners, Hilversum 2014.

Archeologische en/of bouwhistorische studies Nederland en België waarin substantiële aandacht wordt besteed aan de stadswording: Roeselare onder de grond. Archeologie van Roeselare, Roeselare 1989; J. Boersma, J. van den Broek en G. Offerman (red.), Groningen 1040. Archeologie en oudste geschiedenis van de stad Groningen, Bedum/Groningen 1990; D. Callebaut e.a, Aalst. Archeologie en Archief, Zellik/Aalst 1994; N. Arts (red.), Sporen onder de Kempische stad. Archeologie, ecologie en vroegste geschiedenis van Eindhoven 1225-1500, Eindhoven 1994; W. Denslagen (red.), Gouda, Zeist/ Zwolle 2001; P. Bitter, Graven en begraven. Archeologie en geschiedenis van de Grote Kerk in Alkmaar, Hilversum 2002; C. Boschma-Aarnoudse, Tot verbeteringe van de neeringe deser Stede. Edam en de Zeevang in de late Middeleeuwen en de 16de eeuw, Hilversum 2003; G. van Tussenbroek, Onder de daken van Zaltbommel. Bouwen en wonen in de historische binnenstad (1350-1650), Utrecht 2003; W. Hupperetz, Het geheugen van een straat. Achthonderd jaar wonen in de Visserstraat te Breda, Utrecht 2004; A. van Drunen, ’s-Hertogenbosch ‘van straet tot stroom’, Zwolle 2006; B. Vermeulen, Razende mannen, onrustige vrouwen. Archeologie en historisch onderzoek naar de vroegmiddeleeuwse nederzetting, een adellijke hofstede en het St. Elisabethsgasthuis te Deventer, Deventer 2006; E. Mittendorff, Huizen van heren. Archeologisch onderzoek naar het proces van verstedelijking en de vorming van een stedelijke elite in het Polstraatkwartier van Deventer, ca. 800-1250, Deventer 2007; L. Troubleyn e.a., Het Steen en de burgers. Onderzoek van de laatmiddeleeuwse gevangenis van Mechelen, Mechelen 2007; H. Sarfatij, Archeologie van een deltastad. Opgravingen in de binnenstad van Dordrecht, Utrecht 2008; A. de Hingh en E. van Ginkel, De archeologie van Den Haag, Utrecht 2009; Ph. Despriet, 10.000 jaar Menen. 40 jaar opgravingen 1969-2009, Kortrijk 2009; B. Hillewaert, Y. Hollevoet en M. Ryckaert (red.), Op het raakvlak van twee landschappen. De vroegste geschiedenis van Brugge, Brugge 2011; D.M. Duijn, Het verhaal van een West-Friese wereldstad. Een onderzoek naar de opkomst, neergang en bloei van Enkhuizen tot 1800 aan de hand van archeologische en historische bronnen, Hoorn 2011; J.W.M. Oudhof, A.A.A. Verhoeven en I. Schuuring, Tiel rond 1000. Analyse van vier opgravingen in de Tielse binnenstad, Amsterdam 2013; M. Groothedde, Een vorstelijke palts te Zutphen? Macht en prestige op en rond het plein ’s-Gravenhof van de Karolingische tijd tot aan de stadsrechtverlening, Zutphen 2013; R. de Kam, F. Kipp en D. Claessen, De Utrechtse Domtoren. Trots van de stad, Utrecht 2014.

Verhulst 1999 (noot 5). Het is opvallend dat niet alleen de synthese van Verhulst, maar ook de anderen die we noemen in noot 5, eindigen in de twaalfde en dertiende eeuw, en dus niet ingaan op het laatmiddeleeuwse stadswordingsproces.

Wel werd veel lokaal casusonderzoek verricht. Zie ook de hoofdstukken over binnenstedelijke transformatie en over wederopbouw, herbestemming en herontwikkeling in: Rutte en Abrahamse 2014 (noot 18), 272-307.

Het gaat hier om het schetsen van het stadswordingsproces in hoofdlijnen, niet om het geven van een uitputtende opsomming van steden. Zo kan het voorkomen dat kleinere plaatsen waarvan wel beweerd wordt dat het steden zijn niet op de kaart staan. Vroege handelsnederzettingen zoals Ename en Dorestad, die later zijn verdwenen, blijven hier buiten beschouwing. Startpunt voor het overzicht dat we hier geven was: R. Rutte, ‘Stadslandschappen. Een overzicht van de stadswording in Nederland van de elfde tot de vijftiende eeuw’, in: R. Rutte en H. van Engen (red.), Stadswording in de Nederlanden. Op zoek naar overzicht, Hilversum 2005, 143-170. Die publicatie gaat echter alleen over steden in Nederland. We hielden de bevindingen uit 2005 kritisch tegen het licht en kwamen tot een nieuw overzicht van de stadswording in de Lage Landen.

Naar de artikelen die voornamelijk betrekking hebben op een van de hierna behandelde groepen steden verwijzen we per groep, de meer algemene werken noemen we hier: A.-J. Bijsterveld en F. Theuws, ‘Vroege stadswording in Nederland. Een Romeinse erfenis, Karolingische impulsen en een stroomversnelling in de twaalfde eeuw’, in: E. Taverne e.a. (red.), Nederland stedenland. Continuïteit en vernieuwing, Rotterdam 2012, 91-107; J. Burgers, ‘Het ontstaan van de twaalfde-eeuwse Vlaamse stadskeuren’, Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis 53 (1999), 81-99; J.C.M. Cox, Repertorium van de stadsrechten in Nederland. ‘Quod vulgariter statreghte nuncupatur’ (Werken der Stichting tot Uitgaaf der Bronnen van het Oud-Vaderlandse Recht; 33), Den Haag 2005; J.C.M. Cox, ‘Hebbende privilege van stede’. De verlening van stadsrechtprivileges in Holland en Zeeland (13de-15de eeuw), Leiden 2011; H. Engel, ‘Het spreidingspatroon van de steden en de infrastructuur in Hollands Noorderkwartier tot omstreeks 1700’, OverHolland 12/13 (2013), 128-184; H. van Engen en R. Rutte, ‘Met dank aan de landsheer. Enkele hoofdlijnen in de ontstaansgeschiedenis van de Overijsselse steden’, in: Overijsselse Historische Bijdragen. Verslagen en mededelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 122 (2007) (themanummer ‘Ontstaan van de steden in Overijssel’), 177-204; P.C.M. Hoppen brouwers, ‘Van waterland tot stedenland. De Hollandse economie ca. 975- ca. 1570’, in: T. de Nijs en E. Beukers (red.), Geschiedenis van Holland, deel 1, Hilversum 2002, 103-148; M. IJsselstijn, ‘Enkele grote lijnen in de Nederlandse stedenbouwgeschiedenis. Een vergelijkende studie naar de binnensteden van Utrecht, Amsterdam en ’s-Hertogenbosch’, Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 110 (2011) 3/4, 89-107; R. Rutte ‘Vierhonderd jaar stadswording in het mondingsgebied van de Schelde. Ruimtelijke patronen en handelsstromen in de zuidwestelijke delta’, OverHolland 12/13 (2013), 98-127; R. Rutte en H. van Engen (red.), Stadswording in de Nederlanden. Op zoek naar overzicht, Hilversum 2005; H. Sarfatij (red.), Verborgen steden. Stadsarcheologie in Nederland, Amsterdam 1990; P. Stabel, Dwarfs among Giants. The Flemish Urban Network in the late Middle Ages, Leuven/ Apeldoorn 1997; A. Thurkow e.a., Atlas van Nederland, deel 2. Bewoningsgeschiedenis, Den Haag 1984; R. van Uytven, ‘Stadsgeschiedenis in het noorden en zuiden’, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel 2, Haarlem 1982, 188-253; R. van Uytven, ‘Les moyennes et petites villes dans le Brabant Septentrional avant 1400’, in: Publications de la Section Historique de l’Institut G.-D. de Luxembourg 108 (1992), 65-84; K. Zweerink, ‘De ruimtelijke volwassenwording van de Hollandse stad (1200-1450). Een vergelijkende analyse van het ontstaan van de contouren van de Randstad aan de hand van stadsplattegronden’, OverHolland 10/11 (2011), 149-171.

R.M. van Heeringen, P.A. Henderikx en A. Mars (red.), Vroeg-Middeleeuwse Ringwalburgen in Zeeland, Goes/Amersfoort 1995; P.A. Henderikx, Land, water en bewoning. Waterstaats- en nederzettingsgeschiedenis in de Zeeuwse en Hollandse delta in de Middeleeuwen, Hilversum 2001; J. De Meulemeester, ‘Karolingische castra en stadsontwikkeling. Enkele archeo-topografische suggesties’, in: La genèse et les premiers siècles des villes médiévales dans les Pays-Bas méridionaux/Ontstaan en vroegste geschiedenis van de middeleeuwse steden in de Zuidelijke Nederlanden, s.l. 1990, 117-149; J. De Meulemeester, ‘La fortification de terre et son influence sur le développement urbain de quelques villes des Pays-Bas méridionaux’, Revue du Nord 74 (1992) 296, 13-28; J. De Meulemeester, ‘Aarden versterkingen in Noord-Vlaanderen’, in: A.M.J. de Kraker, H. Van Royen en M.E.E. De Smit (red.), ‘Over den Vier Ambachten’. 750 jaar Keure. 500 jaar Graaf Jansdijk, Kloosterzande 1993, 137-148.

R. Rutte, Stedenpolitiek en stadsplanning in de Lage Landen (12de­13de eeuw), Zutphen 2002.

G. Despy, ‘Les phénomènes urbains dans le Brabant Wallon jusqu’aux environs de 1300’, in: Wavre 1222-1972. Les franchises communales dans le Brabant Wallon. Actes du Colloques Historiques, Waver 1973, 21-53; G. Despy, ‘Naissance de villes et de bourgades’, in: La Wallonie. Le pays et les hommes. Histoire – Économies – Sociétés, deel 1, Brussel 1975, 93-129; J. Dugnoille en M. de Waha, ‘Avesnes en de Henegouwse steden’, in: D.E.H. de Boer en E.H.P. Cordfunke (red.), 1299. Eén graaf, drie graafschappen. De vereniging van Holland, Zeeland en Henegouwen, Hilversum 2000, 144-161; P.A. Henderikx, ‘Graaf en stad in Holland en Zeeland in de twaalfde en vroege dertiende eeuw’, in: R. Rutte en H. van Engen (red.), Stadswording in de Nederlanden. Op zoek naar overzicht, Hilversum 2005, 47-62.

N. Brand, ‘Waterwegen en stedelijke be langen. De invloed van infrastructuur op het Hollandse stedenpatroon (1200- 1560)’, OverHolland 10/11 (2011), 126-147; P.A. Henderikx, ‘Havenplaatsen in Zeeland in de dertiende eeuw’, in: P.A. Henderikx, Land, water en bewoning. Waterstaats- en nederzettingsgeschiedenis in de Zeeuwse en Hollandse delta in de Middeleeuwen, Hilversum 2001, 68-80; R. Rutte en K. Zweerink, ‘Stadswording in Holland (12de-14de eeuw). Ligging in het landschap en vroege ruimtelijke inrichting van de steden in het westen van Nederland’, Holland. Historisch tijdschrift 41 (2009) 3, 149-167.

R. Rutte, ‘Dorpen en steden’, in: Bosatlas van Fryslân, Groningen 2009, 108-125.

R. Rutte, ‘Middeleeuwse nieuwe steden in Nederland. Aanzet tot een onderzoek naar oorsprong, verspreiding en betekenis’, Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 95 (1996) 6, 189-202; R. Rutte, ‘Stadswording in het rivierengebied ten zuiden van Utrecht gedurende de veertiende eeuw’, in: Het Kromme-Rijngebied. Tijdschrift van de Historische Kring ‘Tussen Rijn en Lek’ 37 (2003) 1/2, 1-11.

R. Rutte, ‘Groei en krimp in de Hollandse stad. Stadsuitbreidingen, stedenbouw en ontstedelijking in Holland van de veertiende tot de negentiende eeuw’, OverHolland 3 (2006), 27-55.

Rutte en Abrahamse 2014 (noot 18), 170-209. 32 Zie: W. Boerefijn, ‘De vorm van nieuwe steden uit de 13e en 14e eeuw’, Historisch Geografisch Tijdschrift 31 (2013) 1, 3-15.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.113.2014.3.830



Copyright (c) 2015 Bulletin KNOB