Omslagafbeelding

De Medusa in de aegis van Hendrick de Keyser. Vorm en functie van een ornament op het grafmonument van Willem van Oranje (1614-1623)

Ghislain Kieft

Samenvatting


Both in architecture and in art the head of Medusa is omnipresent and it hardly seems to need any further introduction. Nevertheless, this article discusses two specific ornaments of this type, namely the Medusa on the tomb of William of Orange, designed by Hendrick de Keyser (1565-1621) and the Medusa on the town hall of Antwerp, designed by Cornelis Floris (1513/14-1575). The author states that these two heads are part of the aegis of Minerva. The aegis is a sort of breast-plate that is part of the weaponry of this goddess. The Medusa thus is a part of a bigger whole that can be seen as an aegis.

The article demonstrates how in contemporary art literature (Van Mander, Ripa and Cartari) the aegis functions as a pars pro toto for Minerva, the deft Goddess of War and therefore, in an abstract sense, stands for sensible leadership in times of conflict. The article also aims to show that the aegis not only has an iconographic meaning, but that it also, in the cases of the town hall and the tomb, harks back to a votive offering that was part of classical architecture. This aegis therefore belongs to both architecture and art.


Volledige tekst:

PDF

Referenties


H. Bevers, Das Rathaus von Antwerpen (1561-1565). Architektur und Figurenprogramm, Hildesheim/Zürich/New York 1985.

R. de Beaufort, Het mausoleum der Oranjes te Delft, Delft 1931, 13.

De Beaufort 1931 (noot 2), 65.

E.I. Jimkes-Verkade, ‘De ikonologie van het grafmonument van Willem I, Prins van Oranje’, in: I.V.T. Spaander en R.-A. de Leeuw (red.), De stad Delft. Cultuur en maatschappij van 1572 tot 1667, Delft 1981, 216.

F. Scholten, Sumptuous Memories. Studies in seventeenth-century Dutch tomb sculpture, Zwolle 2003, 90-91; in het standaardwerk over Hendrick de Keyser van Ottenheym, Rosenberg en Smit wordt wel het grafmonument behandeld, maar komen de ‘mascarons’ niet aan bod: K. Ottenheym, P. Rosenberg en N. Smit, Hendrick de Keyser. Architectura Moderna. Moderne Bouwkunst in Amsterdam 1600-1625, Amsterdam 2008.

De meest uitvoerige studie naar de Medusa Rondanini en zeker naar het beeldtype is nog steeds E. Buschor, Medusa Rondanini, Stuttgart 1958.

G. Vasari, Le Vite de’ più eccellenti pittori, scultori ed architetti (1568), editie Milanesi, deel IV, 273.

Zie Buschor 1958 (noot 6), 22.

Karel van Mander, Het Schilder-boeck, Haarlem 1604, fol. 42v en fol. 43r.

D.P. Pers, Cesare Ripa’s Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, vertaald door Dirck Pietersz. Pers, Amsterdam 1644. Het hele citaat luidt als volgt:

‘Ragione. Reeden.

Een Iongvrouw in Hemels blaeu gekleet, met een gulden Waepenrock, hebbende in de rechter hand een Spiesse, en met de slincker een Lauwerboom omvattende, waer aen een Schild hanght, daer in ‘t midden het hoofd van Medusa geschildert is, hebbende een Helm op ‘t hoofd, met een viervlamme daer boven op.

Alreede isser boven reeden gegeven van ‘t kleed en van de gouden Waepenrock, en overmits de Spiesse de Regeeringe bediet, soo geeft ons die te verstaen, dat de Reeden is een Koninginne: diewelcke het Rijcke, van het maecksel des Menschen, geheel en al bestiert.

De Lauwerboom, daer het hoofd van Medusa aen hanght, bediet de Overwinninge, die de Reeden heeft over haere Vianden, diewelcke de Deughd tegen streven, welcke deughd stom en verbaest doet maecken, gelijck oock het hoofd van Medusa deede, aen alle die geene die ‘t selve aensagen; en men leest dat de Keyser Domitianus ‘t selve altijd hadde gehouwen in zijne Waepen-rustinge, als mede in zijn segel, ten einde hy sich Victorieux of zeeghbaer soude vertoonen.

De Helm bediet de dapperheyt en de wijsheyt van de Reeden, wesende dieselve de wijsheyd in de verstandelijcke ziele, die daer overweeght de einden van alle dingen, volgende ‘t geene zy goed oordeelt, vliedende ‘t geene daer tegen strijd.

De Viervlamme vertoont, dat dit de eygenschap van de Reeden is, sich tot den Hemel toe te verheffen, en sich God gelijck te maecken, van wien alle Eedelheyt komt afdaelen.’

Van Mander 1604 (noot 9), fol. 239r-239v.

Vincenzo Cartari, Imagini colla sposizione degli dei degli antichi, s.l. 1556. Het citaat is ontleend aan de editie van 1571, gedrukt in Venetië, 384: ‘Ma non potendo il mondo sopportare cosà strano mostro, Perseo l’uccise con l’aiuto, ch’ io dissi, e ne diede il capo a Minerva, che lo portä poi sempre nello scudo, o nel petto della corazza. La qual Homero, quando fa, che questa Dea s’arma per andare contro gli Troiani; dice, che è circondata di horribile spavento, e che, oltre al capo di Medusa, vi è dentro ancora l’animoso ardire, & la sicura fortezza, & le spaventeuoli minaccie, cose tutte proprie alla Dea delle guerre, si come è la Vittoria ancora. Onde Pausania dice, che gli Atheniese gliela posero nel petto insieme col capo di Medusa, & e che appresso de gli Elei le stava a canto senza ali. Le quali cose mostrano la forza del sapere, e della prudenza: perche questa con l’opere maravigliose, e co’ saggi consigli fa stupire altrui, e restare quasi sasso immobile di maraviglia, sà che facilmente ottiene poi, ciä, che vuole, purche lo sappi acconciamente esporre, che per questo horribile capo mostra la lingua.’

Pausanias, boek 5.26.6, geciteerd in Cartari 1571 (noot 12), vertaling G. Kieft.

Pausanias is een van de bronnen in het door Salomon de Bray geschreven voorwoord van de Architectura Moderna van 1631, en wel op pagina 2. Zie hiervoor de herdruk in Ottenheym, Rosenberg en Smit 2008 (noot 5); een Latijnse editie was beschikbaar vanaf 1541, verzorgd door Domizio Calderini: Pausaniae historici praeclarissimi Commentariorum Graeciam describentium Attica & Corinthiaca, Bazel 1541.

Pausanias, boek 5.10.4; de vertaling is hier van Peter Burgersdijk en te vinden in Pausanias. Beschrijving van Griekenland. Gids van toen voor de toerist van nu, Amsterdam 2011.

Pausanias, op. cit. (noot 15), boek 5.12.4.

Pausanias, op. cit. (noot 15), boek I.21.3.

Zie J. Danforth Belson, ‘The Medusa Rondanini. A New Look’, American Journal of Archeology 84 (1980) 3, 373-378; en P. Callaghan, ‘The Medusa Rondanini and Antiochus III’, The Annual of the British School at Athens 76 (1981), 59-70.

Het meest recent in: M. Prusac, ‘The Large Mask’, in: M. Barbanera en A. Freccero (red.), Art, Conservation, Science. The Lancellotti Collection Project, (The Swedish Institute in Rome. Projects and Seminars; 3:1), Rome 2005 (www.svenska-institutet-rom.org/Lancellotti).

Ofwel in het Latijn ‘tropaea’, van het Griekse ‘tropeo’; een ‘trofee’ is ook een apotropaion.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.113.2014.3.846



Copyright (c) 2015 Bulletin KNOB