Omslagafbeelding

Een eerste monument van een nieuwe bouwkunst. Het gegoten huis in Santpoort uit 1911

Herman Bergeijk

Samenvatting


The article discusses the design and the construction of the first poured-concrete house in the Netherlands. Where did the idea originate, who developed it and who played a part in realizing the house? Both aesthetic and technical aspects are discussed. While the civil engineers H.J. Harms and George Small were responsible for the construction, the artist Herman Hana greatly influenced the exterior of the building. Hana probably showed the design to H.P. Berlage, who was himself very interested in this new construction technique and had written an article about pouring houses. Berlage saw concrete as the building material of the future.

Together with Harms, his cousin, Hana was the driving force behind the building of the house. The article also pays attention to how the idea and the construction itself were received and reviewed in the local and national press and to the end result of the enterprise. Opinions tended to differ. Although the construction was presented by the initiators with much enthusiasm – they considered the result a success and proclaimed it to be the beginning of a machinist era – it didn’t gain much following. In the Netherlands, the experiment in Santpoort remained the only one of its kind and those involved suffered considerable financial losses. Still, in many other parts of the world many poured-concrete houses would be built by others. Harms and Small did build another house with the technique that was developed by Thomas Edison and with their patented cast mixture, in Saint-Denis (Paris), but Hana was no longer involved. It turned out to be the last convulsion of an enterprise that had nevertheless given quite an impulse to thinking about the use of concrete in the building industry.

The building in Santpoort had a very different look from the cast-concrete house that Edison had envisioned and for which he had applied a patent in 1908. The mix was made according to the specifications as defined in the patent by the initiators, Small and Harms. The aesthetics corresponded to the innovative nature of the construction method. There was no ornamentation and the building had a flat roof. The visual effect of the building was regarded as ‘odd’. The building industry did not see the house as a prototype for large-scale production in answer to the increasing shortage in housing. It wasn’t until after the First World War ended in 1918 that the house in Santpoort was looked at again, but continuing on the path of pouring was not considered a viable option. Meanwhile, other techniques for building in concrete had been developed and were busily experimented with.


Volledige tekst:

PDF

Referenties


H. Hana, ‘De huizen van Edison’, Architectura 16 (1908) 40, 345-346. Al eerder had Corn. Beeling vanuit New York uitvoerig bericht over de uitvinding van Edison: ‘Het huis der toekomst. Edison’s uitvinding, die een omwenteling brengen zal in ‘t bouwen’, Nieuwsblad van Friesland, 8 februari 1908, dagblad, 10.

A. Goodheart, ‘Why Dolores Chumsky hates Thomas Edison’ (flyingmoose.org/truthfic/edison.htm, geraadpleegd op 20 september 2014). Zie ook: R. Onion, ‘When Edison tried to make single-pour concrete houses happen’ (www.slate.com/blogs/the_vault/2013/06/14/thomas_edison_the_inventor_s_patent_for_the_construction_of_all_concrete.html, geraadpleegd op 20 september 2014). Soms wordt 1899 genoemd als het jaar waarin Edison zijn portlandfabriek opende. Zie: en.wikipedia.org/wiki/Edison_Portland_Cement_Company, geraadpleegd op 2 oktober 2014.

T.B., ‘Nine-roomed houses for £200. Mr Edison’s plan for cheap dwellings’, Daily Mail, 11 december 1907; ‘Edison’s cheap houses’, Auckland Star 39 (1908) 22, 9 en ‘Edison’s cast house’, The Brickbuilder 17 (1908) 3, 63-64. In verschillende tijdschriften, waaronder The Cement and Engineering News werd gewag gemaakt van het idee van Edison en werden vraagtekens geplaatst. Betwijfeld werd of bij de door Edison voorgestelde werkwijze het materiaal ook overal dezelfde samenstelling zou behouden. Zie ook: J.C. Massey en S. Maxwell, ‘Concrete houses. Building with poured concrete, from Orson Squire Fowler to Frank Lloyd Wright’, Old House Journal 22 (1994), mei-juni, 49-54; archiefmateriaal over Edison en zijn gegoten huis en ‘technical notes and drawings’ van George E. Small en Henry J. Harms zijn te vinden in: Rutgers University, The Thomas Edison Papers, Document File Series – 1908: (D-0807) Cement House.

Zie voor Edison en zijn uitvindingen: G. Adair, Thomas Alva Edison inventing the electric age, Oxford/Londen 1996; P. Israel, Edison. A life of invention, New York 1998; R.E. Stross, The wizard of Menlo Park. How Thomas Alva Edison invented the modern world, New York 2007.

Zie: www.google.com/patents/US1219272, geraadpleegd op 19 september 2014.

Gepubliceerd onder het nummer US 1219272A. In de Verenigde Staten experimenteerden ook anderen met betonnen huizen, zoals Augustus Pauli, die veel betonnen huizen in Haworth in New Jersey als ‘monocast’ ontwierp en bouwde. Collins suggereert dat Edison inspiratie had geput uit deze bouwwerken, maar al eerder, in 1902, hadden Mann en MacNeille hun betonhuis gebouwd. P. Collins, Concrete. The vision of a new architecture, London 1959 (herdruk 2004), 90; Massey/Maxwell 1994 (noot 3).

Zie: www.google.com/patents/US1123261, geraadpleegd op 20 september 2014.

Normaal duurde een verlening niet zo lang. Zie: A. Pottage en B. Sherman, Figures of invention. A history of modern patent law, Oxford 2010.

Geciteerd in Hana 1908 (noot 1), 346.

H. Hana, ‘Huizen gieten uit één stuk’, Algemeen Handelsblad, 10 april 1909, avondblad, 10. In de Verenigde Staten was al eerder over deze bouwmethode gepubliceerd. Zie bijvoorbeeld: ‘Cement houses in one piece’, Monongahela Republican, 21 maart 1907.

Hana 1909 (noot 10).

Zie patent: www.google.com/patents/US1187908 (geraadpleegd op 20 september 2014). Van der Zande stelt dat het bedrijf in New York was opgericht en dat A. Wright als jurist en patentexpert werd aangesteld. Zie: H. van der Zande, ‘Een ver­zoening tussen kunst en machine. De vernieuwingsdrang van Herman Hana (1874-1952)’, website Design­geschiedenis, www.designhistory.nl/2009/een-verzoening-tussen-kunst-en-machine/, geraadpleegd op 20 september 2014.

Zie: www.google.com/patents/US1038125, geraadpleegd op 20 september 2014.

Gepubliceerd in de Official Gazette of the US Patent Office 182 (1912), september, 350, onder nummer US 1038125A. In Engeland en Frankrijk hadden zij eveneens een patent aangevraagd voor ‘A process for the manufacture of liquid concrete’.

Zie voor deze kwestie: H. Lindner, ‘Technische Entwicklung und das Problem der Mehrfacherfindung’, in: R. Jokisch (red.), Techniksoziologie, Frankfurt a.M. 1982, 394-408. Edison zag de Nederlandse onderneming als een ‘infringement’ (schending) en correspondeerde over de zaak met zowel M. Laernoes als het ministerie van Landbouw, Handel en Industrie. Zie brieven in: Rutgers University, The Thomas Edison Papers, Edison General File Series – 1912: (E-12-25) Cement House.

‘Het gegoten huis. De dag der gieting’, Haarlem’s Dagblad, 3 mei 1911, 1; ‘Het gegoten huis te Santpoort’, Architectura 19 (1911) 18, 142.

‘Improvements in and relating to the construction of concrete houses and other dwellings’. (worldwide.espacenet.com/publicationDetails/biblio?CC=GB&NR=191016166, geraadpleegd op 20 september 2014). Op deze site zijn ook de patenten van Harms en Small voor een ‘Procedé de fabrication de béton très fluide’ en een ‘Procedé et dispositif pour mouler et couler des maisons et autres constructions’ te vinden.

Waarschijnlijk was dit de kandidaat-notaris Adriaan Bertling, die in Haarlem woonde. Deze Bertling was ook directeur van verschillende naamloze vennootschappen in Haarlem. De vader van H.J. Harms was woonachtig in Santpoort.

Noord-Hollands Archief (NHA), Gemeente Velsen, Bouwvergunningen 1910-1945, 1910/555.

Voor deze berekening zie: Goodheart z.j. (noot 2).

‘Het gegoten huis te Santpoort’, De Prins der Geïllustreerde Bladen 10 (1911) 13 mei, 236. Dit blad publiceerde twee foto’s waarvan kopieën zich in het Noord-Hollands Archief in Haarlem bevinden.

In 2014 werd Vinkenbaan nummer 14 in Santpoort te koop aangeboden, aanvankelijk voor een vraagprijs van 1.295.000 euro, later voor 825.000 euro. Tegenwoordig is het huis met een aanzienlijke aanbouw uitgebreid. Hoewel het er op foto’s klein uitziet, is het huis riant en heeft het een behoorlijk grote tuin, ondanks het feit dat het staat ingeklemd tussen twee andere woon­huizen.

‘Het gegoten huis’, Tilburgsche Courant, 10 oktober 1911, 3. De koopkracht van 1.800 gulden in 1911 is vergelijkbaar met dat van ongeveer 19.076 euro in 2013.

Voor een geschiedenis van beton als bouwmateriaal, zie: Collins 1959 (noot 6); H. Schippers, Bouwt in Beton! Introductie en acceptatie van het gewapend beton in Nederland (1890-1940), Gouda 1995; H. Schmidt (red.), Häuser aus Beton. Vom Stampfbeton zum Grosstafelbau, Berlijn 2004; C. Simonnet, Le béton. Histoire d’un matériau, Marseille 2005.

H. Hana, ‘Huizengieten’, De Samenleving 1 (1911) 51, 690-692.

‘Het gegoten huis te Santpoort’, De Opmerker 46 (1911) 21, 164-165. De gehele tekst van Berlage uit Het Weekblad (zie noot 27) is ook opgenomen in: ‘Van allerlei aard’, Architectura 19 (1911) 23, 182-183. Zie voor het huis ook: B.J. Imthorn, ‘Het oudste betonhuis staat in Santpoort’, Cement 24 (1972) 6, 258-259; C. Smeenk, ‘Een jong monument in gewapend beton’, Cement 24 (1972) 9, 370-371; Th.H.M. Prudon, ‘Betonnen huizen volgens het systeem Edison’, Cement 25 (1973) 8, 354; K. Broos, ‘Het gegoten huis van Santpoort’, De Vierde Vorm augustus-september 1975, 18-19; B. Hulsman, ‘De betonnen droom van Herman Hana. Over honderd jaar is het niet meer lelijk’, NRC Handelsblad, 1 november 1991.

H.P. Berlage, Het gieten van huizen’, Het Weekblad, bijvoegsel van Het Volk, 3 (1911) 108, z.p.

T. Landré, Dr. H.P. Berlage Nzn., Baarn 1916, 30. In 1910 had Landré al een artikel over Berlage geschreven waarin hij stelde dat Berlage ‘een van de waarlijk niet zoo heel velen [is] die weten wat thans de eigenlijke taak der kun­stenaars, welke thans de eigenaardige beteekenis der kunst is’. T. Landré, ‘H.P. Berlage’, Onze Kunst 9 (1910), 102. Ook in het artikel van H.H. ‘Een brug in gewapend beton. P. Kramer’, De Telegraaf, 7 oktober 1916, 10, wordt Berlage als voorloper genoemd.

H.P. Berlage, ‘Beschouwingen over stijl’, De Beweging 1 (1905), Dl. 1, 66.

T. Landré vond het een imitatie van ‘een oud kasteel, met torens, kanteelen en al dergelijk moois’. Landré 1916 (noot 28), 34. Dit was echter een over­dreven beschrijving zoals de afbeelding bewijst die Herman Hana ervan maakte. Voor Berlages denk­beelden over het pittoreske en monumentaliteit, zie: H. van Bergeijk, De steen van Berlage. Theorie en praktijk van de architectuur rond 1895, Rotterdam 2003.

Zie voor het citaat: ‘Het gieten van huizen’, Leeuwarder Courant, 22 mei 1911. Voor commentaar in Het Volk, zie: ‘Het gegoten huis’, Het Volk, 12 mei 1911, 3. Zie voor vrijwel de hele tekst van Berlage ook: ‘Het gegoten huis te Santpoort’ (noot 26) en Berlage 1911 (noot 27).

Bijvoorbeeld: Leeuwarder Courant, 5 mei 1911; De Sumatra Post, 31 mei 1911.

Het Nieuwe Instituut (HNI), archief Berlage, nr. 131. In hetzelfde jaar 1912 werd door het Centraalblad der Bouw­bedrijven een prijsvraag uitgeschreven betreffende een verhandeling over het gebruik van baksteen versus beton en gewapend beton. Berlage zat in de jury.

Geciteerd in: V. E. van Vriesland, Herman Hana, geschetst in zijn betekenis als schakel naar een nieuwe tijd, Blaricum 1918, 68.

R. Wielinga, ‘Vroege betonbouw in Friesland’, Jaarboek Monumentenzorg 5 (1994) 45-54. Zie voor een beschrijving van het huis in Marrum: rijksmonumenten.nl/monument/507148, geraadpleegd op 20 september 2014. Voor de gebruikte bouwmethode, zie: ‘Een betonnen huis in Friesland’, Nieuwsblad van Friesland, 13 mei 1911, 13.

‘Gegoten cementen huizen te Alphen a.d. Rijn’, Geïllustreerd Zondagsblad 23 (1912) 48, 570.

Zie brief van Hana aan Berlage, gedateerd 27 juli 1913, in HNI, archief Berlage.

Deze brochure van enkele bladzijden bevindt zich in HNI, archief Berlage, nr. 319. Op de uitnodiging voor de tentoonstelling worden Harms, Small en Hana genoemd als directeuren.

H.P. Berlage, ‘Thema behandeld op het congres te Madrid’, Architectura 12 (1904) 21, 163-164. Hij stelde in deze lezing over de tot dan uitgevoerde bouwwerken in beton wel vast: ‘Tot nu toe echter zijn de door ingenieurs uitgevoerde werken slechts proeven geweest en wat daarbij aesthetisch beproefd werd, was van zelf onbeduidend.’

Die vuurbestendigheid werd in het tijdschrift Klei betwijfeld. In nummer 1 van 1909 werd gewezen op de gegoten huizen van Edison, maar in het volgende nummer werd vermeld dat tijdens de branden van Baltimore en San Francisco veel huizen van gewapend beton tot ‘vormlooze puinmassa’s’ waren geworden, terwijl bakstenen bouwwerken het vuur goed hadden verduurd.

H. Hana, ‘Huizengieten’, De Samen-leving 1 (1911) 51, 690-692.

Hana 1911 (noot 41).

In het artikel ‘Het gegoten huis te Santpoort, Architectura 19 (1911) 18, noemde A.K. [A.A. Kok?] het huis Egyptisch.

Stenografisch verslag van het woning-congres op 11 en 12 februari 1918 te Amsterdam, z.p., z.j. Een exemplaar hiervan bevindt zich in de centrale bibliotheek van de Technische Uni­versiteit Delft.

Documenten in het NHA (noot 19).

‘Het gegoten huis te Santpoort’, De Hollandsche Revue 16 (1911) 5, 292-293.

Hana 1911 (noot 41), 692.

Zie o.a.: De Nederlandsche Klei-industrie 9 (1911) 46, 47 en 49. Ook de redactie van het tijdschrift Klei zag in het gegoten huis een bedreiging van de baksteen; W.F.C. Schaap, ‘Het huis van gewapend beton’, Bouwkundig Weekblad 31 (1911) 21, 250-251.

Ingezonden brief in: Haarlem’s Dagblad, 1 juli 1911. Eerder was de brief gepubliceerd in: De Telegraaf, 22 juni 1911, avondblad.

De andere autoriteiten waren J.A. van der Kloes, professor in Delft; R.H. Saltet, hoogleraar gezondheidsleer aan de Universiteit van Amsterdam; W. van Boven, architect in De Haag; jonkheer G. de Graeff, inspecteur van de volksgezondheid in Den Haag; J.W.C. Tellegen, directeur Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam; D.A. Willemsen, directeur bouw- en woningtoezicht in Haarlem; A.H. Op ten Noort, directeur van Bouw- en Woningtoezicht in Enschede.

‘Het gegoten huis te Santpoort’, Haarlem’s Dagblad, 21 augustus 1911, 2.

‘Inzake het gegoten huis te Santpoort’, Haarlem’s Dagblad, 24 augustus 1911, 6.

‘Het gegoten huis gemeubeld’, Haarlem’s Dagblad, 21 augustus 1911; ook: ‘Het gegoten huis gemeubeld’, De Telegraaf, 24 september 1911, dagblad, 11.

‘Het gegoten huis’, Haarlem’s Dagblad, 16 december 1920, 2.

‘Het gegoten huis gemeubeld’, Tilburgsche Courant, 26 september 1911, 1. Zie ook: ‘Het gegoten huis’, Tilburgsche Courant, 10 oktober 1911, 3. In dit artikel wordt het interieur van het huis beschreven: ‘De gang en het portaal zijn gedeeltelijk geschilderd in een gele tint; gedeeltelijk, want boven heeft men de wanden de oorspronkelijke kleur gelaten. Op de betonmuren in de kamers is onmiddellijk het behang geplakt. [`] De vloerbedekking bestaat uit linoleum; de slaapkamervloer is gemaakt van houtgraniet, wat een eenigszins warmeren indruk geeft dan betonvloeren.’

Hier geciteerd naar: M. Kuipers, Bouwen in beton. Experimenten in de volkshuis­vesting voor 1940, Den Haag 1987, 85. Zie ook: Van der Zande z.j. (noot 12). Het boekje is: V.E. van Vriesland, Herman Hana geschetst in zijn beteekenis als schakel naar een nieuwe tijd, Blaricum 1920.

Hana 1911 (noot 41). Zie ook: Joh.G.R., Het gegoten huis te Santpoort’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 21 (1911) juli-december, 495-496.

‘Een gegoten huis van gewapend beton’, Nieuwsblad van Friesland, 6 mei 1911, 1.

‘Het eerste gegoten huis in Nederland’, Algemeen Handelsblad, 4 mei 1911, 1.

Bericht in: Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 mei 1911, dagblad, 12. Het Algemeen Handelsblad schreef op 4 mei 1911: ‘Van welke groote beteekenis deze oogenschijnlijk eenvoudige stap vooruit is, zal reeds de naaste toekomst doen zien. Immers eerst thans zal het beton voorgoed voor massa-bouw, vooral van niet te stoute en samengestelde constructies, kunnen worden aangewend.’

‘Het gegoten huis te Santpoort’, Leeuwarder Courant, 13 mei 1911, 6.

‘Het gegoten huis gemeubeld’ (noot 53).

‘Nederlandsche industrie in het buitenland’, De Telegraaf, 24 mei 1912, ochtendblad, 1. Zie ook: ‘Gegoten huizen in Frankrijk’, Algemeen Handelsblad, 22 mei 1912, avondblad; ‘De gegoten huizen in Frankrijk’, Bouwkundig Weekblad 31 (1911) 32, 386. Zie tevens: P. Couturaud, ‘Habitations à bon marché, constructions moulées’, La Construction moderne, 28 juli en 4 augustus 1912.

‘Het gegoten huis’, Het Nieuws van den Dag, 23 mei 1912, tweede blad, 5.

Voor Harms en Small in Frankrijk, zie: ’tude d’histoire des techniques sur un échantillonnage d’«édifices béton», représentatif du territoire de la Seine-Saint-Denis, Pantin 2005 (www.atlas-patrimoine93.fr/documents/etude_histoire_techniques_beton.pdf, geraadpleegd op 20 september 2014). In dit tijdschrift wordt dieper ingegaan op het huis van Harms en Small in Saint-Denis.

Citaat uit: ‘Betonnen huizen’, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 december 1920, avondblad, 1. In dit artikel werd Berlage als de architect genoemd.

Kuipers 1987 (noot 56), 85 en Schippers 1995 (noot 24), 30. Ook François Coignet heeft met gegoten beton geëxperimenteerd.

‘De woningnood. Betonbouw op groote schaal. Ethische en esthetische beschouwingen’, De Telegraaf, 12 december 1920, tweede blad, 5. Zie ook: ‘De woningnood. Het gegoten huis. De woningproductie ten minste verviervoudigd’, De Telegraaf, 9 december 1920, avondblad, 5.

‘Betonnen huizen’, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15 december 1920, ochtendblad, 4. Reactie op: ‘Betonnen huizen’, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 december 1920, avondblad, 1.

Zie o.a.: Kuipers 1987 (noot 56).

Zie brief van Hana aan Berlage (noot 37).

Ch. Vinz, ‘The sheet and tin plate company. Edison concept houses of Gary, Indiana’, Proximity Magazine, 2008/2009, nr. 3 (winter) (Zie: proximitymagazine.com/2008/12/tin-plate/ geraadpleegd op 20 september 2014). Matt Burger­master is bezig met een studie naar ‘Edison’s “single-pour system”. Inventing seamless architecture’ (Zie: www.njit.edu/news/2011/2011-215.php, geraadpleegd op 20 september 2014). Zie ook: G. Teall, ‘The cement house and its place in our American architecture’, The Craftsman 19 (1911) 6, 571-577; www.livingplaces.com/PA/Washington_County/Donora_Borough/Cement_City_Historic_District.html, geraadpleegd op 20 september 2014. Zie ook: C. Baas, ‘Concrete in the steel city. Constructing Thomas Edison’s house for the working man’, Indiana Magazine of History 108 (2012), 3, 245-273.

In Nederland werd in 1911 aandacht voor Portland Cement gevraagd door P. van Olst. P. van Olst, ‘Cement en beton’, De Groene Amsterdammer (1911), 10 december, 7. Zie ook: J. Stuip, ‘Bejubeling van cement en beton’, www.groene.nl/artikel/137882, geraadpleegd 20 september 2014.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.113.2014.4.848



Copyright (c) 2015 Bulletin KNOB