Bulletin KNOB https://bulletin.knob.nl/index.php/knob <p>Het <em>Bulletin KNOB</em> is een wetenschappelijk tijdschrift op het terrein van het ruimtelijk erfgoed dat vier keer per jaar verschijnt en in binnen- en buitenland als belangrijke kennisbron wordt erkend.</p> Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB) nl-NL Bulletin KNOB 0166-0470 Materiële echtheid of geschiedvervalsing https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/697 <p>In 1917 publiceerde de Koninklijke Oudheidkundige Bond (KNOB) ‘Grondbeginselen en voorschriften voor het behoud, de herstelling en de uitbreiding van oude bouwwerken’. Deze betekenden een breuk met de restauratieopvattingen van P.J.H. Cuypers en Victor de Stuers. De Grondbeginselen keerden zich tegen het reconstrueren of naar eigen inzicht vervolmaken van historische gebouwen, omdat dit leidde tot geschiedvervalsing en vernietiging van monumenten als historische documenten. In de praktijk werd echter vaak van deze principes afgeweken. Bovendien bracht tijdens de Wederopbouw de wens tot herstel van het geschonden stadsschoon velen tot een minder puristisch standpunt en bestond weinig behoefte aan nieuwe regels. In de jaren zeventig riep de KNOB echter op tot een herijking van de grondbeginselen. Tijdens een studiebijeenkomst over restauratiefilosofie- en theorie in 1978 werd gediscussieerd over het thema ‘authenticiteit’. De opvattingen over dit begrip liepen uiteen. Waar het voor de een strikt ging om echtheid van het oorspronkelijke materiaal, kon voor anderen authenticiteit ook gelegen zijn in ontwerp, vorm, ruimte of afwerking. Dit laatste bleek echter te subjectief voor een gezamenlijk standpunt; de KNOB bleef vooral hoeder van de authentieke historische substantie.&nbsp;&nbsp;</p> Kees Somer Copyright (c) 2020 Kees Somer https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 4 9 10.48003/knob.119.2020.4.697 Reconstructie en verzet https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/698 <p>Reconstructies van verdwenen gebouwen zijn nieuwe scheppingen, zonder eenheid van tijd, plaats en functie. Daarom zijn argumenten die voortkomen uit de theoretische grondbeginselen van de monumentenzorg – die het behoud van ouderdoms- en getuigeniswaarden en historische bouwsubstantie voorstaan – veelal niet op hun plaats. Toch schuilt er een gevaar in reconstructies, omdat ze de waarde van historische materialiteit relativeren. De ‘dissolution of the real monument’ (Glendinning 2013) is daarvan het gevolg.</p> <p>Het brede begrip en de waardering van materiële overblijfselen uit het verleden zijn sinds de Nara Conference on Authenticity in 1994 gedestabiliseerd. Het authenticiteitsbegrip dient volgens Nara te worden beoordeeld vanuit de culturele context waarop het betrekking heeft. Binnen die context kan een monument niet alleen authentiek zijn op basis van geloofwaardige historische bronnen en materiaal, maar ook op basis van bronnen die getuigen van authentieke aspecten als functie, ontwerp, traditie en geestelijke of maatschappelijke waarde.</p> <p>Deze conceptualisering van authenticiteit voert tot de verdringing van de materiële authenticiteit. Het prevaleren van conceptuele benaderingswijzen heeft een negatieve invloed op de manier waarop met het materiële erfgoed wordt omgegaan. Het devalueren van het wetenschappelijke, materiële bronnenmateriaal plaatst dat materiële erfgoed in een narratieve context, waarmee het kwetsbaar wordt voor ideologische beeldvorming.</p> Gabri van Tussenbroek Copyright (c) 2020 Gabri van Tussenbroek https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 10 15 10.48003/knob.119.2020.4.698 Waarachtige architectuur https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/699 <p>Deze bijdrage is een pleidooi voor onafhankelijk breed architectuurhistorisch onderzoek voorafgaand aan herontwikkeling van gebouwen, ter bescherming van de historische waarde en culturele betekenis ervan gebouwen. Authenticiteit wordt hier opgevat als historiciteit en onderzocht wordt wat het kan betekenen in herbestemming, een groeiende ontwerpopgave die steeds meer als afzonderlijke discipline wordt gezien. In de praktijk van herbestemming blijkt dat het gebouw voornamelijk wordt gezien als architectonisch object dat een ‘nieuw leven’ moet krijgen. Maar krijgt de historiciteit van onze omgeving zo wel voldoende aandacht? Hoe veerkrachtig en duurzaam is een herbestemming? Verhalen die raken aan het gebouw, getuigenissen waarin de plek fungeert, intenties achter ontwerp en gewijzigd gebruik, al die immateriële aspecten bepalen tezamen de culturele waarde van het gebouw in de samenleving, gemeenschap en omgeving.</p> <p>Die historiciteit of waarachtigheid en eigenheid heeft het gebouw nodig om betekenis te houden. Het vraagt vooral om de beschrijving van de historische en gecumuleerde culturele waarde en betekenis van gebouw en plek als uitgangspunt voor herontwikkeling. Anders verdwijnt de geest van de plek en komen er slechts noviteit en vermaak voor in de plaats, gereed voor de hedendaagse consument</p> Freek Schmidt Copyright (c) 2020 Freek Schmidt https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 16 21 10.48003/knob.119.2020.4.699 Authenticiteit en materiaal https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/700 <p>Op voorhand is niet duidelijk of het begrip authenticiteit toegepast kan worden op de architectuur van de (Late) Oudheid en de Middeleeuwen. Om dicht bij dat begrip in de existentialistische filosofie te blijven, zou men kunnen stellen: een onderdeel van architectuur is werkelijk wat het aangeeft of lijkt te zijn. Zoals een zuil iets hoort de dragen bijvoorbeeld. Ook kan authenticiteit worden opgevat in de zin van ‘oorspronkelijk’ en ‘origineel’. Een korte verkenning langs enkele voorbeelden laat zien dat de betekenis van oorspronkelijkheid en vooral die van de functie van het architectuurdeel van belang zijn. Voorbeelden als de elfde/twaalfde-eeuwse bisschopskerk van Pisa maken duidelijk dat samen met de oorspronkelijke functie van bijvoorbeeld zuilen er meerdere betekenislagen konden bestaan. Daartegenover staat de toepassing van hergebruikte antieke zuilen in de dertiende-eeuwse Dom van Maagdenburg, waar de zuilen geen dragende functie hebben, maar vanwege hun betekenis in de apsis werden toegepast. Ten slotte kan men zich afvragen of het begrip authenticiteit zinvol toegepast kan worden op de architectuur uit de onderzochte perioden.</p> Lex Bosman Copyright (c) 2020 Lex Bosman https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 22 25 10.48003/knob.119.2020.4.700 Always the real the thing? https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/701 <p>Walter Benjamin’s famous 1935 essay ‘The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction’ addresses the authenticity of a work of art as something beyond the merely material and technical. Benjamin constructs a broader notion of authenticity that includes ‘the life of things’ and is related to new techniques in artistic production. This broader sense of authenticity is used here&nbsp;to explore how it may help us to understand architecture in the age of digital reproduction.&nbsp;Two aspects of authenticity in Benjamin’s article are discussed: process reproduction and image &nbsp;reproduction.</p> <p>In process reproduction, authenticity is transformed through the mediation of technical procedures.&nbsp;Benjamin’s analysis of photography and film is a seminal version of how the digital age raises new&nbsp;questions through tools and techniques such as programs, coding and algorithms. The work of Kees Christiaanse in collaboration with Ludger Hovestadt provides an example of an increasingly algorithmic approach to urban planning. In image reproduction, the question of authenticity revolves around the increasing proliferation of images. In this context, the Wangjing soho complex by Zaha Hadid and its apparent imitation by a Chinese developer proves illuminating. These projects show aspects of the changing conditions of the digital age, in which new techniques of realization may transform current notions of authenticity.</p> Lara Schrijver Copyright (c) 2020 Lara Schrijver https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 26 31 10.48003/knob.119.2020.4.701 Landschappelijke authenticiteit https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/702 <p>Landschappelijke authenticiteit heeft te maken met ruimtelijke kwaliteit en identiteit. Hierbij spelen oriëntatie in tijd en ruimte een rol, maar ook schoonheid, (multi)functionaliteit, ecologische variatie en samenhang. De verscheidenheid aan verbanden en interactie tussen deze aspecten maakt landschappelijke authenticiteit een complexe zaak. In deze bijdrage wordt betoogd dat wij landschappelijke authenticiteit kunnen begrijpen door het landschap in samenhang te bekijken: als levend systeem, geschiedenis en ruimtelijke beleving. Het landschap verandert altijd, zelfs zonder menselijke tussenkomst.</p> <p>Leesbaarheid van het landschap is een belangrijke factor voor de waarneming en waardering ervan. De rol van tijd is evident en wordt gekenmerkt door een selectief en incrementeel proces waarbij sommige structuren blijven en worden aangepast en andere plaatsmaken voor nieuwe. Landschappelijke authenticiteit heeft niets te maken met het fixeren van het landschap zoals het is; een landschap kan niet onveranderd behouden blijven, daar het zelf het resultaat is van continue transformatie. Het begrijpen van de ontwikkeling van het landschap is dus evenzo belangrijk als het zichtbare resultaat.</p> Steffen Nijhuis Copyright (c) 2020 Steffen Nijhuis https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 32 37 10.48003/knob.119.2020.4.702 De woning als massaproduct https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/703 <p>Vanaf de jaren zestig werd de Nederlandse massawoningbouw gedomineerd door het modernisme. Woonwijken werden in korte tijd uit de grond gestampt, nadat het bestaande cultuurlandschap was uitgewist. In de woningtypologie en de architectuur werd gestreefd naar een beeld dat zo weinig mogelijk continuïteit vertoonde met historische voorbeelden: architectuur was niet meer dan de expressie van de functie door middel van materiaal en techniek. In de periode daarna werden veel nieuwbouwwijken gebouwd die eigenlijk geen nieuwbouwwijk wilden zijn, maar een Zuiderzeestadje, zoals Almere Haven, een collage van gezochte thema’s, zoals Kattenbroek in Amersfoort of een Hollandse grachtenstad, zoals Brandevoort in Helmond. Van authenticiteit kan vanzelfsprekend geen sprake zijn als zo’n identiteit naar willekeur wordt opgeplakt.</p> <p>Misschien moeten we constateren dat alleen de woonwijken die niets anders beogen te zijn dan wat ze zijn, woonwijken, authentiek zijn: de wijken uit de tijd van de modernistische <em>hardcore</em>. Het is dus de vraag of de term authenticiteit na die periode in dit verband enige betekenis heeft. Maar dat hoeft helemaal geen probleem te zijn, want op een ander punt hebben de modernisten in ieder geval volledig gelijk gekregen: een nieuwbouwwoning is een inwisselbaar massaproduct, ook in postmoderne tijden.</p> Jaap Evert Abrahamse Reinout Rutte Copyright (c) 2020 Jaap Evert Abrahamse, Reinout Rutte https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 38 43 10.48003/knob.119.2020.4.703 Vorm en context https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/704 <p>Bij de waardebepaling van erfgoed speelt het begrip authenticiteit een centrale rol. Dit artikel toont aan dat dit begrip moeilijk hanteerbaar is bij jongere bouwkunst, zeker als het wordt gekoppeld aan de oorspronkelijke materialisering. Vooral als authenticiteit een voorwaarde is om een object of gebied te behouden, kan de manier waarop dit gewoonlijk wordt getoetst problemen opleveren. Anders dan men zou verwachten, is bij jonge monumenten met een moderne signatuur het behoud van de oorspronkelijke materialen problematischer dan bij oude architectuur. Dat heeft verschillende redenen.</p> <p>Een ervan is de ambitie van de Moderne Beweging om gebruik te maken van experimentele bouwmethoden en nieuwe materialen. Vaak blijken die de tand des tijds niet te kunnen doorstaan. Daarnaast is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om dergelijke experimentele materialen te behouden wanneer een gebouw moet voldoen aan hedendaagse eisen, bijvoorbeeld op het gebied van energiezuinigheid. Dat werpt de vraag op of het vervangen van authentieke bouwmaterialen bij restauraties en renovaties ten koste gaat van de erfgoedwaarden. Aan de hand van voorbeelden in Amsterdam en Rotterdam wordt aangetoond dat dit niet altijd het geval hoeft te zijn.</p> Noor Mens Copyright (c) 2020 Noor Mens https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 44 50 10.48003/knob.119.2020.4.704 Authenticiteit, een geloofwaardig begrip? https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/705 <p>In het sluitstuk van diverse bijdragen in dit nummer over authenticiteit wordt de vraag gesteld of authenticiteit als begrip geloofwaardig is. Dit gebeurt aan de hand van de betekenis die authenticiteit heeft voor monumenten op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Monumenten met het predikaat werelderfgoed hebben volgens de Operational Guidelines for the Implementation of the World Heritage Convention van UNESCO ‘Outstanding Universal Values’ (OUV). Tevens beantwoorden ze aan de eis van integriteit en authenticiteit, in ieder geval waar het cultureel erfgoed betreft. In navolging van The Nara Document on Authenticity (1994), en rekening houdend met de mondiale culturele diversiteit, kan de authenticiteit gebaseerd zijn op een grote variëteit aan eigenschappen.</p> <p>Twee Nederlandse werelderfgoedmonumenten, het Rietveld Schröderhuis (1924) en de Van Nellefabriek (1925-1931), behoren tot de architectuur van de Moderne Beweging. In de nominatiedossiers van deze twee monumenten wordt authenticiteit verschillend beargumenteerd. In beide gevallen is, zoals bij monumenten uit de Moderne Beweging zeer gangbaar is geworden, de ‘ontwerpauthenticiteit’ echter van groot belang. Is het begrip authenticiteit dan zodanig verbreed dat het uiteindelijk willekeurig wordt toegepast? Volgens de auteur kan authenticiteit zeker een kwaliteitskenmerk zijn, als er maar binnen de eigen culturele context een duidelijke en geloofwaardige definitie wordt gehanteerd.</p> Marie-Thérèse van Thoor Copyright (c) 2020 Marie-Thérèse van Thoor https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 51 56 10.48003/knob.119.2020.4.705 Voorwoord https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/706 <p>bij het themanummer 'Authenticiteit'</p> De redactie Copyright (c) 2020 De redactie https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 2020-12-11 2020-12-11 1 3 10.48003/knob.119.2020.4.706