Bulletin KNOB https://bulletin.knob.nl/index.php/knob <p>Het <em>Bulletin KNOB</em> is een wetenschappelijk tijdschrift op het terrein van het ruimtelijk erfgoed dat vier keer per jaar verschijnt en in binnen- en buitenland als belangrijke kennisbron wordt erkend.</p> nl-NL info@knob.nl (Kees Somer, hoofdredacteur/Editor-in-chief) info@knob.bl (Judith Fraune, Bureau KNOB/Office KNOB) zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 OJS 3.2.1.1 http://blogs.law.harvard.edu/tech/rss 60 Tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) en de landschapsstijl https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/733 <p>Boekbespreking van een boek van Rita Radetzky</p> Christian Bertram Copyright (c) 2021 Christian Bertram https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/733 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 Voorwoord https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/727 <p>bij het themanummer 'Buitenplaatslandschappen'</p> Steffen Nijhuis, Christian Bertram, Kees Somer Copyright (c) 2021 Steffen Nijhuis, Christian Bertram, Kees Somer https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/727 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 Buitenplaatsenlandschappen in Nederland https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/728 <p>Het onderzoek naar buitenplaatsen heeft zich vooral gericht op individuele huizen en tuinen. Rond de belangrijkste steden zijn echter al in de zeventiende en achttiende eeuw zulke aantallen buitenplaatsen gesticht dat ze het landschap domineerden. Echte buitenplaatsenlandschappen ontstonden langs een aantal rivieren (Amstel, Vecht), aan de binnenduinrand en in een aantal droogmakerijen. De rivieren werden in het midden van de zeventiende eeuw aangevuld met een net van trekvaarten en ook daaraan werden linten van buitenplaatsen gebouwd. De grootste dichtheid aan buitenplaatsen werd gebouwd rond Amsterdam, maar ook rond de andere grote steden in Holland en Zeeland kwamen er veel tot stand. De meeste waren bereikbaar over water, maar vooral in Zeeland namen landwegen een belangrijke plaats in. De meeste buitenplaatsen werden gesticht op of naast een landbouwbedrijf, dat meestal bleef bestaan en in veel gevallen de buitenplaats heeft overleefd.De grote dichtheden van buitenplaatsen is voor enkele gebieden gedetailleerd in tijdslijnen gevat. Daaruit blijkt dat het meestal ging om een langzame groei tot een hoogtepunt in de eerste helft van de achttiende eeuw, waarna een geleidelijke afname volgde. In een aantal gebieden is echter een veel snellere ontwikkeling te traceren, met name langs de Vecht.</p> <p>Na de bloei volgde een teruggang, waarbij in de laatste decennia van de achttiende en de eerste decennia van de negentiende eeuw grote aantallen buitenplaatsen zijn gesloopt en in veel gevallen het land weer in agrarisch gebruik kwam. De teruggang lijkt in Zeeland eerder te hebben plaatsgevonden dan in Holland, maar de regionale verschillen in de teruggang zijn nog onvoldoende duidelijk.</p> <p>In het tweede kwart van de negentiende eeuw werden weer nieuwe buitenplaatsen gebouwd, maar nu vooral in de reliëfrijke zandgebieden van de Utrechtse Heuvelrug en de zuidelijke Veluwezoom, ontsloten door spoorwegen. De eigenaren legden bij het huis tuinen in landschappelijke stijl aan. Ook kochten ze de aangrenzende enorme heidevelden van gemeenten of boeren en beplantten die met bos. Deze buitenplaatsen hebben daarom een heel ander karakter dan de buitenplaatsen uit de eerdere periode.</p> <p>De concentraties van buitenplaatsen hebben in het verleden het landschap gedomineerd en waar nog aanzienlijke resten over zijn, vertegenwoordigen ze ook vandaag de dag nog een belangrijke landschappelijke kwaliteit. Bescherming en beheer zou dan ook niet alleen over individuele buitenplaatsen moeten gaan, maar zou ook de groepen buitenplaatsen en hun onderlinge relaties (bijvoorbeeld in de vorm van zichtassen) moeten betreffen. Door beleid te formuleren voor buitenplaatsbiotopen en -linten heeft een aantal provincies&nbsp; de laatste jaren al goede aanzetten hiertoe gegeven.</p> Hans Renes Copyright (c) 2021 Hans Renes https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/728 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 Nederlands onderzoek naar de buitenplaats en het landschap https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/729 <p>Een van de onmiskenbare trends in het huidige buitenplaatsenonderzoek is de toegenomen aandacht voor de landschappelijke context van buitenplaatsen. De vanzelfsprekende nadruk op het hoofdhuis en de tuin maakt steeds vaker plaats voor een benadering die ook de wijdere omgeving (dorp, natuur, stad, infrastructuur, boerderijen, kerken, andere buitenplaatsen) in het onderzoek betrekt of als onderwerp heeft. Dit artikel schetst de opkomst van deze benadering en biedt een overzicht van de verschillende invalshoeken. Landschappelijke studies onderscheiden onder meer buitenplaatsenregio’s, vestigingslocaties, het productielandschap, de buitenplaats en infrastructuur of het politieke of mentale landschap. Hoewel de aandacht voor het landschap een van de belangrijkste recente ontwikkelingen is in onderzoek naar de buitenplaats, valt op dat de meeste studies voornamelijk beschrijvend van aard zijn. Dit artikel bepleit een steviger methodologisch en theoretisch fundament; een taak waaraan toekomstige onderzoekers zich hopelijk zullen wijden.</p> Hanneke Ronnes Copyright (c) 2021 Hanneke Ronnes https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/729 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 De sociale geografie van het buitenplaatslandschap Gelders Arcadië https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/730 <p>For many centuries, the landscape and cultural history of the Netherlands have been influenced by the rural estates of large landowners. Their country houses with gardens, parks and farmland formed an important combination of practical aspects of economic management and aesthetic landscaping. Many castles or country houses were linked to large landholdings of several hundred, sometimes even thousands of hectares, as in the case of the Veluwezoom in the Province of Gelderland. Since the late Middle Ages this area, now known as Gelders Arcadia, has been popular with the landed elite, whose ranks have included noble families, stadtholders, city regents and bankers. The undulating landscape, the rivers and brooks and the fertile land was ideally suited to the creation of the desired combination of productive and aesthetic landscapes.</p> <p>One of the special aspects of the Gelders Arcadia estate zone is that it represents nearly every stage in the development of the Dutch country estate, from the emergence of castles and lordships (c. 500-1600), to the foundation of small country retreats by town regents (c. 1600-1800), and the creation of villa-like country estates for a new elite of bankers, industrialists and lawyers (c. 1800-1940). The historic country houses and landed estates are manifestations of their time and therefore very diverse, ranging from transformed noble castles with large landholdings to the rural retreats of town regents to villa-like country houses for the newly wealthy. Not only the architecture of the house and park, but also the use, the anchoring in the cultural landscape and the social significance underwent development.</p> <p>A historical-geographical approach was used to analyse location and distribution patterns and to investigate the size, character and functions of country estates in each period from an economic, political, societal and social perspective. It appears that the majority of new country houses and estates were created by a new elite of the newly rich, whereas the old elite continued to invest in their ancestral properties.</p> <p>The motivation to invest in the establishment of a country seat differed per period. The landed and country estates featured both economic and aesthetic landscapes, although the former were less prominent in later periods.</p> <p>This socio-historical-geographical approach has given us a better understanding of the various processes of estate creation, transformation and adaptation through time – knowledge that can also be used to reach well-founded decisions in the 21<sup>st</sup> century. The geographical approach for Gelders Arcadia has resulted in improved spatial policies through: 1. Attention to the entirety of country estates (rather than only those with listed status); 2. A focus on the country estate as a cohesive heritage ensemble, including an understanding of the social, economic, landscape and political factors that contributed to its development and design; 3. Recognition that the estates, thanks to their large number and individual sizes and qualities, have formed and will continue to form an important basis for the character of the living environment.</p> Elyze Storms-Smeets Copyright (c) 2021 Elyze Storms-Smeets https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/730 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 Buitenplaatslandschappen in Gelderland https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/731 <p>De provincie Gelderland (NL) is van oudsher een provincie met een groot aantal buitenplaatsen en landgoederen, die zich bij de oude hoofdsteden van de Gelderse kwartieren Nijmegen, Arnhem en Zutphen tot buitenplaatslandschappen aan elkaar regen.</p> <p>De verstedelijking die vanaf het eind van de negentiende eeuw sterk toenam, bedreigde de samenhang en toegankelijkheid van deze landschappen. De grootste Gelderse steden Arnhem en Nijmegen constateerden tot hun spijt hoe door opdeling en bebouwing veel buitenplaatsen en landgoederen teloorgingen. Ze verwierven daarom delen van het buitenplaatsenlandschap, zodat die beschikbaar bleven voor de stedeling. Ook het ‘vangnet’ dat geboden werd door nieuw opgerichte natuur- en landschapsorganisaties, met name Natuurmonumenten en Geldersch Landschap &amp; Kasteelen, heeft geleid tot behoud en blijvende openstelling. Dit vangnet bood families een mogelijkheid om het landgoed onverdeeld te laten voortbestaan, hoewel niet onder hun eigendom.</p> <p>Uit vergelijkbare motieven – het belang van behoud van aantrekkelijke toegankelijke wandelgebieden voor de verstedelijkende samenleving – stelde het Rijk in 1928 de Natuurschoonwet in werking. Deze werd in Gelderland meer dan in enig andere provincie toegepast. De wet bevorderde de openstelling van particulier bezit sterk, evenals behoud van de culturele waarde van ‘natuurschoon’ zoals die op landgoederen voorkomt.</p> <p>Na de oorlog konden buitenplaatsen en landgoederen niet alleen gebruikmaken van de Natuurschoonwet, maar ook van een steeds verder vertakkend subsidienetwerk voor de instandhouding van (openbaar toegankelijke) natuur, landschap en erfgoed. Natuur kreeg een sterk accent. Buitenplaatslandschappen zoals de Veluwezoom en de Graafschap bij Zutphen kwamen onder een lappendeken van verschillende overheidsregelingen te liggen.</p> <p>In de eenentwintigste eeuw verschoof de benadering van overheden naar de betaling van de prestaties die, al dan niet particuliere, buitenplaatsen en landgoederen leveren voor natuur, landschap en erfgoed. Daarmee is de aandacht voor de buitenplaatslandschappen gegroeid. Het gaat immers niet om dat ene monumentale landgoed, maar om het gebied met buitenplaatsen en landgoederen waar ruimtelijke opgaven te vervullen zijn. Niet alleen het behoud van natuurschoon omwille van de openluchtrecreatie, maar ook ruimtelijke geleding, het bijdragen aan klimaatadaptatie, het verhoging van de biodiversiteit en duurzame landbouw. De aandacht voor ontwerp, zowel uit het verleden als hedendaags, nam door deze ontwikkeling sterk toe.</p> Paul Thissen Copyright (c) 2021 Paul Thissen https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/731 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100 Toekomstbestendige buitenplaatslandschappen https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/732 <p>Klimaatverandering en verstedelijking hebben grote gevolgen voor het beheer en de bescherming van cultuurhistorische landschappen. Vooral in historische buitenplaatslandschappen – landschappen waarvan het karakter wordt bepaald door verschillende historische kastelen, buitenplaatsen (inclusief hun tuinen en parken) en landgoederen – vormt klimaatadaptatie een belangrijke opgave. Daarbij gaat het om de overvloed en het tekort aan water en de veranderingen in de vegetatie als gevolg van de temperatuurstijging. Tegelijkertijd neemt door de toenemende verstedelijking en de daarmee samenhangende recreatiebehoeften de druk toe. Ook hebben deze landschappen te maken met ruimtelijke versnippering als gevolg van verstedelijking, verandering van eigenaar, verandering van functie enzovoort. Dergelijke opgaven vragen om een toekomstgerichte ontwerpbenadering waarbij zorgvuldig met historisch waardevolle landschappelijke karakteristieken wordt omgesprongen. Het gaat om het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van buitenplaatslandschappen, waarbij een nieuwe balans moet worden gevonden tussen de gebruikswaarde (economische benutting), belevingswaarde (identiteit en herkenbaarheid) en toekomstwaarde (ecologische duurzaamheid). Tegelijkertijd vraagt de complexiteit van de opgaven om een regionaal perspectief om de samenhang en de systemische relaties tussen de buitenplaatsen te begrijpen en een gemeenschappelijke basis voor samenwerking te vinden.</p> <p>Deze bijdrage introduceert een op het landschap gebaseerde regionale ontwerpbenadering voor het begrijpen en ontwerpen van toekomstbestendige buitenplaatslandschappen. Er wordt een behoud-door-ontwikkelingsbenadering uitgewerkt die ruimtelijke ontwikkeling met historische landschapsstructuren als basis neemt in een proces van betekenisvolle betrokkenheid van belanghebbenden. In dit proces draait het om samenwerking en co-creatie met eigenaren, experts, beleidsmedewerkers en anderen. Ontwerpend onderzoek wordt ingezet als een methode om complexe ruimtelijke opgaven waarvoor de buitenplaatslandschappen staan integraal en creatief te benaderen. Ruimtelijk ontwerp op alle schaalniveaus is daarbij een middel om ontwikkelingsstrategieën en principes te ontdekken voor context-specifieke landschapsvorming. Maar ook om mogelijke oplossingen in beeld te brengen die kunnen bijdragen aan bescherming en ontwikkeling van historische buitenplaatslandschappen. Het gaat hier dus niet om het tegengaan van veranderingen of het op slot zetten van het bestaande landschap, maar om het creëren van nieuwe landschapskwaliteiten door goede vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Dit valt samen met een proces van betekenisvolle participatie van belanghebbenden om gezamenlijk afwegingen te maken, samen te leren en gezamenlijk oplossingen te bedenken. Door de combinatie van inhoud, betrokkenheid en proces wordt de op het landschap gebaseerde regionale ontwerpbenadering een krachtige werkwijze om de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het buitenplaatsenlandschap te vergroten en dit landschap toekomstbestendig te maken.</p> Steffen Nijhuis Copyright (c) 2021 Steffen Nijhuis https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/732 zo, 19 dec 2021 00:00:00 +0100