Bulletin KNOB https://bulletin.knob.nl/index.php/knob <p>Het <em>Bulletin KNOB</em> is een wetenschappelijk tijdschrift op het terrein van het ruimtelijk erfgoed dat vier keer per jaar verschijnt en in binnen- en buitenland als belangrijke kennisbron wordt erkend.</p> nl-NL info@knob.nl (Kees Somer, hoofdredacteur/Editor-in-chief) info@knob.bl (Judith Fraune, Bureau KNOB/Office KNOB) vr, 17 sep 2021 08:43:15 +0200 OJS 3.2.1.1 http://blogs.law.harvard.edu/tech/rss 60 De Stevenskerk https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/725 <p>Boekbespreking van een boek van&nbsp;Hettie Peterse, Elsbeth Rooker, Rob Camps en Karel Emmens (red.)</p> Jeroen Westerman Copyright (c) 2021 Jeroen Westerman https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/725 vr, 17 sep 2021 00:00:00 +0200 The Image of the City in Early Netherlandish Painting (1400-1550) https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/726 <p>Boekbespreking van een boek van Jelle De Rock</p> Boudewijn Bakker Copyright (c) 2021 Boudewijn Bakker https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/726 vr, 17 sep 2021 00:00:00 +0200 ‘Noordwijk aan Zee bestaat niet meer’ https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/722 <p>Vanaf omstreeks 1866 veranderde het kleine vissersdorp Noordwijk aan Zee in een mondaine badplaats. De aanzet hiervoor werd gegeven door een lokale hotelhouder. Pas in 1887 kreeg de transformatie van de badplaats gestalte, dankzij de initiatieven van een ontwikkelaar van buiten het dorp. De ontwikkeling van vissersdorp tot badplaats volgde het evolutionaire model dat geograaf R.W. Butler in 1980 opstelde. Dit onderscheidt zeven stadia: verkenning, betrokkenheid, groei, consolidatie, stagnatie, opleving en verval. In de periode 1887-1920 maakte Noordwijk aan Zee de stadia van betrokkenheid en groei door. Sommige inwoners zagen kans er financieel op vooruit te gaan door het verlenen van diensten. De uitstraling van het dorp, die aanvankelijk werd bepaald door traditionele vissershuizen en schuren, veranderde sterk. Er werd buiten het bestaande wegenpatroon gebouwd en de zandpaden langs de zeewering transformeerden tot boulevards. In de duinen ten zuiden van de dorpskern verrees een villawijk, ten noorden van de dorpskern arbeiderswoningen.</p> <p>Tot nu toe bleef de rol van lokale ontwerpende aannemers bij de stedenbouwkundige en architectonische ontwikkeling van de badplaats Noordwijk aan Zee onderbelicht. Doorgaans ligt in architectuurhistorische studies over Noordwijk, en over badplaatsen in het algemeen, het zwaartepunt op gevestigde architecten. Omdat het bij hen meestal bleef bij een enkel werk, is hun rol in de ruimtelijke ontwikkeling van badplaats Noordwijk gering te noemen. Het waren vooral de lokale aannemers die het nieuwe dorpsgezicht bepaalden. Zij bouwden het meeste, in opdracht of als eigenbouwers. Ze lieten zich daarbij inspireren door de vormentaal van de gevestigde architecten en putten uit de voorbeeldboeken die voorhanden waren. Diverse lokale aannemers zetten de stap naar het toerisme, als uitbaters van zomervilla’s, pensions of hotels. Ook daarmee drukten zij hun stempel op het aanzien van het dorp.</p> <p>De bouwwoede waarvan in de periode 1887-1920 sprake was, zorgde ervoor dat ook aannemers van buiten Noordwijk zich in het dorp vestigden. Tot dan toe werd de bouwwereld bepaald door aannemersfamilies die al generaties lang in het dorp woonden. De oude families bleven vooral binnen de historische kern werkzaam, terwijl de nieuwkomers merendeels hierbuiten bouwden.</p> <p>Het onderzoek naar de lokale ontwerpende aannemers van Noordwijk aan Zee kan geplaatst worden binnen de context van <em>Baukultur</em> zoals die in 2018 in de <em>Verklaring van Davos</em> werd geformuleerd. De aandacht van de lokale overheid voor <em>Baukultur</em> van de badplaats Noordwijk in de periode tot 1945 is gering. Grote verwoesting bleef Noordwijk aan Zee in de periode 1940-1945 bespaard, maar vanaf 1960 kreeg de badplaats te maken met grootschalige kaalslag en nieuwbouw. Nu is vooral sprake van erosie. Elk jaar verdwijnen enkele historische badplaatsgebouwen.</p> Michel van Dam Copyright (c) 2021 Michel van Dam https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/722 vr, 17 sep 2021 00:00:00 +0200 De eerste architectenechtparen van Nederland: vrouwen op eigen kracht? https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/723 <p>In de periode tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voltooiden in Nederland 21 vrouwen hun academische architectenopleiding. Vijf van deze vrouwen trouwden met een architect en voerden samen met hun man een eigen architectenbureau. Deze bureaus profiteerden van de naoorlogse wederopbouw en in de jaren vijftig en zestig van de groeiende vraag naar woningen en utilitaire gebouwen.</p> <p>Jannie Kammer-Kret, Toki Lammers-Koeleman, Jeanne van Rood-van Rijswijk, Koos Pot-Keegstra en in zekere zin Lotte Stam-Beese wisten zich binnen hun vakgebied te ontplooien en hadden een succesvolle loopbaan. De samenwerkingsmodellen van deze echtparen laten een voor die tijd verrassend geëmancipeerd beeld zien, waarbinnen de vrouwelijke partners zich ruimschoots konden ontwikkelen. Hoewel door een praktijk aan huis vermenging met huishouden en gezin voor de vrouw eerder voor de hand lag, was het soms toch de echtgenoot die aandrong op een gezamenlijke praktijkvoerin aan huis Het respectvolle en gelijkwaardige samenwerkingsmodel laat zien dat de vrouwelijke architecten niet leunden op de naam en faam van hun echtgenoot en zeer wel in staat waren hun eigen loopbaan vorm te geven. In het geval van het echtpaar Pot-Keegstra was er sprake van een zodanige samensmelting van het werk dat persoonlijke toeschrijving van ontwerpen niet mogelijk bleek.</p> <p>In het werk van deze vrouwelijke architecten vinden we vooral het gedachtegoed van het Nieuwe Bouwen terug door de toepassing van een functionalistisch georiënteerde en sobere vormentaal, wars van overbodige decoratie. Dat hun partners er dezelfde architectuuropvattingen op nahielden was niet verrassend, mede gezien de vakkringen waarin zij vaak samen verkeerden. Dit droeg ongetwijfeld bij aan hun wederzijdse inspiratie en mogelijk ook aan beïnvloeding van elkaars werk.</p> <p>Het oeuvre van de vrouwelijke architecten laat een verrassend gevarieerd palet zien. Zij speelden in op de tijdgeest en de soms moeilijke economische omstandigheden door nieuwe typen woningen, bouwmaterialen en -technieken toe te passen, gebouwen te ontwerpen voor nieuwe bewonersgroepen of door zich te verdiepen in de nieuwste eisen die industriële opdrachtgevers of overheidsinstanties stelden. Utiliteitsbouw behoorde evengoed tot hun orderportefeuille als de eerder voor de hand liggende woningbouw. Vooral in de particuliere woningbouw, bejaardencentra en scholen profiteerden zij van hun huishoudelijke inzichten en praktische zin door toepassing van efficiënte plattegronden, moderne inrichting en nieuwe, eenvoudig schoon te houden materialen. Dit zien we ook terug in de voor zichzelf ontworpen woning annex praktijkruimte waar de principes tot in de uiterste vorm konden worden doorgevoerd.</p> Erica Smeets-Klokgieters Copyright (c) 2021 Erica Smeets-Klokgieters https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/723 vr, 17 sep 2021 00:00:00 +0200 De stadsmuren van Amersfoort https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/724 <p>The development of Amersfoort’s two city walls can be divided into five periods. The first city wall was built in the first period 1259-1379. Although Amersfoort had been granted a charter in 1259, construction of the wall did not commence until after a serious assault by troops from the duchy of Gelre (Geulders) in 1274. The defensive wall was made stronger on that side, probably in expectation of more attacks from that direction.</p> <p>Between 1380 and 1500 Gelre troops attacked Amersfoort on multiple occasions and offensive firepower increased. Interestingly, Amersfoort opted to build a second city wall rather than reinforcing the existing one, considerably increasing the size of the city in the process. However, the project proved difficult to finance, defend and maintain, most likely due to the stagnating economy. Instead of being demolished after the second wall was in place, the first wall was reinforced with abutting houses, thereby becoming a kind of rampart within a rampart.</p> <p>The new fortifications turned out to be ineffective and in 1501 the city council decided to demolish the first city wall. This freed up space for a second generation of wall houses, mostly built from reused stone and with their front elevation on the trajectory of the first wall, with the exception of the houses along Krankeledenstraat and the southern section of Breestraat. In this same period, up until 1644, there was an attempt to strengthen Amersfoort’s defences. Several fortification plans were drawn up, none of which was implemented in its entirety, most probably due to a lack of financial resources. The ramparts that were realized are concentrated in the south-west since in this period the possibility of a new Spanish incursion was greater than any threat from Gelre.</p> <p>In the third period, 1645-1828, the council’s approval of additional openings in the city wall marked the beginning of a gradual deterioration of the defensive works. They had always been a big budget item, yet they had not been particularly effective. Accordingly, the council decided to convert the fortifications into lucrative functions. The Davidsbolwerk, for example, was turned into a cemetery. The most extensive demolition probably started in 1778 when it was also decided to dismantle various outer and inner gates in the second city wall.</p> <p>By 1829 the fortifications had entirely lost their defensive function and the city council proposed converting the outer line into a green pathway encircling the city, which would have resulted in the disappearance of all remaining traces of the wall. However, this was averted in 1844 by a national ban on the demolition of fortifications and they were subsequently integrated with the walking route. City planners continued to submit applications for demolition but encountered fierce resistance from heritage organizations. In addition, many remnants avoided demolition because most urban expansion occurred outside the historical centre. This resulted in a concomitant shift in the economic focus so that the fortifications no longer needed to be sacrificed to industrial development. Towards the end of the nineteenth century, with appreciation for the heritage value of fortifications growing, money became available for their restoration and Amersfoort’s historical centre was declared a conservation area.</p> Hilde van de Pol Copyright (c) 2021 Hilde van de Pol https://creativecommons.org/licenses/by/4.0 https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/article/view/724 vr, 17 sep 2021 00:00:00 +0200