Het kantoor van de Algemeene als synthese van moderne architectuur, 'bouwwijze van Indië' en regionale decoratie
Downloads
DOI:
https://doi.org/10.48003/knob.125.2026.1.879Gepubliceerd
Nummer
Sectie
Licentie
Auteursrecht (c) 2026 Petra Timmer

Dit artikel is gelicentieerd onder de Naamsvermelding 4.0 Internationaal licentie.
Citeerhulp
Samenvatting
The first building designed by H.P. Berlage (1856-1934) in Indonesia is located in Surabaya. He designed it for the Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente (‘de Algemeene’) between 1898 and 1900. It is a striking building, partly due to the tile tableau by Jan Toorop (1858-1928) on the facade and the two entrance sculptures by Joseph Mendes da Costa (1863-1939), from which it derives its current Indonesian nickname: Gedung Singa, the lion building. Architectural historians often consider the building to be of minor importance within Berlages oeuvre. It is mentioned in the literature, albeit with varying qualifications.
This article is based on new archival research into the origin and significance of this building, which refutes the previously prevailing view that the design was primarily the work of Marius J. Hulswit (1862-1921). In addition, detailed xamination of historical images has provided new insight into the striking original decoration of the facade.
Around 1900, the Algemeene was the largest life insurer in the Netherlands. The Dutch East Indies was their most important market outside the Netherlands, with the cosmopolitan city of Surabaya as their headquarters. Their prominent position was reflected in high-quality ‘promonotianal buildings’ that stood out in the streetscape. The fact that a well-known architect such as Berlage had been commissioned for this purpose only added to this effect.
After initially renting an office in the old city’s Chinese quarter, the company sought to erect a building of its own in Surabaya. Contact had already been made with Berlage in 1895, but shortly afterwards the company approached Marius J. Hulswit, a Dutch architect and contractor based in Surabaya. Hulswit submitted his design in 1898. Berlage, adviser to the Algemeene, rejected the design. In addition to practical objections, he had serious objections to the style of the facade design: too European and petty bourgeois. The client followed Berlages advice. Hulswit was thanked and the commission went to Berlage. Berlage drew up a completely new plan. His lack of experience in building in the tropics was compensated for by the necessary know-how within the Algemeene and of his advisers in Surabaya. When, after major delays, W.H. Scheffer, a contractor from The Hague with extensive tropical experience, took on the construction in November 1900, the realization of Berlage’s design gained momentum.
The building was completed in May 1902. It contained both familiar Berlage features and stylistic and technical innovations. The admission of light, fresh air and shading made the building tropical-proof, while the decoration contained motifs borrowed from indigenous buildings. Where Toorops tile tableau and Mendes da Costa’s entrance sculptures symbolize the role of the Algemeene as a life insurer in the colony, the integration of indigenous motifs seems to be an early and up to that point unique tribute to Indonesian culture. The building in Surabaya is the first manifestation of the new architectural style that Berlage advocated for the Dutch East Indies, analogous to his ideas for a new architecture in the Netherlands.
Referenties
In Jakarta (toenmalig Batavia) staat het andere Nederlands-Indische gebouw van Berlage, het kantoor voor De Nederlanden van 1845 uit 1912-1913.
Dit proces werd afgelopen paar jaar versterkt door het Nederlands-Indonesische project Berlage di Nusantara, dat onder meer resulteerde in de publicatie A. Basuki, e.a., Berlages Indische Reis. Een nieuwe vertelling van een vergeten koloniaal verhaal/Berlage di Nusantara. Sebuah narasi baru dari kisah kolonial yang terlupakan/Berlage’s Journey to the Indies. A new narration of a forgotten colonial story, Edam 2024.
M. Bock, ‘Bouwmateriaal’, in: Berlage 1856-1934, tent.cat. Den Haag (Haags Gemeentemuseum) 1975, 16-27; M. Bock, Anfänge einer neuen Architektur. Berlages Beitrag zur architektonischen Kultur der Niederlande im ausgehenden 19. Jahrhundert, Den Haag/Wiesbaden 1983, 153-185.
S. Polano, Hendrik Petrus Berlage. Het complete werk, Alphen aan den Rijn 1989 (tweede druk), 158, 209.
H. Akihary, Architectuur en stedebouw in Indonesië 1870-1970, Zutphen 1990.
T. Ruimschotel, ‘Berlage in Batavia’, NRC Handelsblad, 3 juli 1987; Akihary 1990 (noot 5), 40, 92; C.L. Temminck Groll en W. van Alphen, The Dutch Overseas. Architectural Survey, Zwolle 2002, 178-179; P. van Roosmalen, ‘Image, Style and Status. A Sketch of the Role and Impact of Private Enterprise as a Commissioner on Architecture and Urban Development in the Dutch East Indies from 1870 to 1942’, Journal of Southeast Asian Architecture 6 (2002/2003), 61-74; H. van Bergeijk, Berlage en Nederlands-Indië. ‘Een innerlijke drang naar het schoone land’, Rotterdam 2011, 23; C. Passchier, Bouwen in Indonesië 1600-1960, Edam 2016, 90. O. Norbruis, Alweer een sieraad voor de stad. Het werk van Ed. Cuypers en Hulswit-Fermont in Nederlands-Indië 1897-1927, Edam 2018, 24, 102-105.
Van Roosmalen 2002/2003 (noot 6), 63.
Temminck Groll en Van Alphen 2002 (noot 6), 179.
Ruimschotel 1987 (noot 6); Passchier 2016 (noot 6), 90.
G. Fanelli, ‘“Eenheid in de Veelheid”. De architectuur van Berlage’, in: Polano 1989 (noot 4), 17.
Van Bergeijk 2011 (noot 6), 23.
H.P. Berlage, Mijn Indische reis. Gedachten over cultuur en kunst, Rotterdam 1931.
Bock 1983 (noot 3), 215; Polano 1989 (noot 4); Passchier 2016 (noot 6), 90.
Norbruis 2018 (noot 6), 24, 102.
Van Bergeijk 2011 (noot 6). Hij schrijft dat Hulswit ontwierp voor ‘De Nederlanden [van 1845]’, maar dat is een vergissing, het was voor de Algemeene. Hij meent dat Hulswit de bouw in Surabaya heeft begeleid maar geeft niet aan waarop hij dit baseert.
Belangrijkste primaire bronnen voor dit onderzoek waren een groep van circa 55 ontwerptekeningen en een tiental foto’s van het gebouw in Surabaya in het Berlage-archief in het Nieuwe Instituut, Rotterdam; het dossier ‘kantoor Soerabaia’, notulen van vergaderingen van de hoofddirectie en verslagen aan commissarissen in de periode 1892-1902 in het archief van de Algemeene in het Stadsarchief Amsterdam (SAA).
Bock 1983 (noot 3), 171-185.
Bock 1983 (noot 3), 153-185. Het hoofdkantoor van de Algemeene aan het Damrak brandde in 1963 af.
Bock veronderstelt dat de relatie tot stand is gekomen via Blankenberg op grond van een vriendschappelijke brief uit 1892. Bock 1983 (noot 3), 217. Dit wordt versterkt door gegevens over de relatie tussen Berlage en Blankenberg in M. van der Linde en T. Limperg, Liefdadigheid naar Vermogen, Hilversum 2019.
Zijn architectenbureau aan de Overtoom 185 telde in die jaren waarschijnlijk een achttal tekenaars/architecten in opleiding. Dit aantal is gebaseerd op een foto uit 1901 van Berlage op de bouwplaats van de Beurs in het gezelschap van acht medewerkers en een jongen, mogelijk en stagiair. Rotterdam, Nieuwe Instituut (NI), BERLph90.
Polano 1989 (noot 4), 156, 168-169, 175.
H.W. Dick, Surabaya, city of work. A socio-economic history 1900-2000, Singapore 2003, 38-41.
Advertentie van de Algemeene in: De Locomotief. Semarangsch handels- en advertentieblad, 21 augustus 1882.
SAA, 580, Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente (AMLL), inv.nr. 5317, brief Blankenberg aan directie in Amsterdam, 28 maart 1905.
Van Roosmalen 2002/2003 (noot 6).
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, dossier kantoor Soerabaia. Het document d.d. 21 augustus 1895, een getypt overzicht van Berlages vragen en Le Comtes antwoorden daarop, is niet compleet. Het begin met de punten a. t/m j. ontbreekt; k. t/m q. zijn er wel.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, notulen directievergadering 22 juli 1897.
‘Een belangrijk feit noemen wij den aankoop door het Hoofd-Agentschap (…) van twee huizen op den besten stand van Soerabaia, de Willemskade, teneinde daar mettertijd de kantoren der Maatschappij te vestigen. Kon nog het derde, aan de twee vorige grenzende perceel insgelijks worden bemachtigd, dan ware dit wel gewenscht. (…) Maar mocht dit niet lukken, dan kan met de twee ook genoegen genomen worden. Onze Maatschappij bekleedt in Indië een belangrijke plaats en het is noodig en strekt ook tot verhooging van haren bloei, een goed eigen kantoor te bezitten op den besten stand van Soerabaia.’ SAA, 580, AMLL, inv.nr. 72, Verslagen Directie aan Commissarissen, verslag 27 september 1897.
De combinatie aannemersbedrijf-ontwerpbureau kwam in die tijd veel voor in Nederlands-Indië.
B. Gerlagh, Ed. Cuypers: architect (ongepubliceerde doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam), 1979; Norbruis 2018 (noot 6).
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, de woorden van Hulswit, aangehaald in notulen vergadering hoofdagentschap 23 april 1898.
Hoofdagent Andriesse en procuratiehouder P.Th. von Hemert (1865-1911) toonden zich verguld met het resultaat. Er waren nog wat aanpassingen nodig, maar het beloofde ‘werkelijk een zeer fraai gebouw te worden’. SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, notulen vergadering hoofdagentschap, 23 april 1898. Het ontwerp werd in mei 1898 opgestuurd naar Amsterdam. ‘In een opzicht is het jammer, dat de plannen van den Heer Hulswit eerst aan Uwe goedkeuring moeten worden onderworpen, want daarmede gaat zoo ontzettend veel tijd verloren’, schreef de optimistisch gestemde maar wat ongeduldige Andriesse. SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief hoofdagentschap Surabaya aan hoofddirectie, 29 april 1898. Op 2 juli zond het hoofdagentschap de rest na: bestek en voorwaarden, bijbehorende bouwtekeningen, plattegrond en een gedetailleerde begroting. Men hoopte op snelle goedkeuring uit Amsterdam zodat spoedig met de werkzaamheden kon worden begonnen.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Berlage aan hoofddirectie, 10 augustus 1898.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Berlage aan hoofddirectie, 10 augustus 1898.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Berlage aan hoofddirectie, 10 augustus 1898.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Berlage aan hoofddirectie, 10 augustus 1898.
De copijboeken met uitgaande brieven waarin we een dergelijke opdrachtverstrekking en -omschrijving zouden kunnen verwachten, zijn helaas zoek geraakt in het Stadsarchief Amsterdam. Dat ze er wel zijn geweest blijkt uit verwijzingen naar brieven uit deze copijboeken in Bock 1983 (noot 3), 217.
‘Het bouwplan, dat men ons uit Indië toezond, kwam ons en onzen architect zeer gebrekkig voor. In overleg met den Raad van Advies hebben wij besloten den Heer Berlage een nieuw plan te laten maken. Wij waren in de gelegenheid genoemden heer alle gegevens te verschaffen, die hij, met het oog op de omgeving, de behoeften en de Indische toestanden, noodig heeft.’ SAA, 580, AMLL, inv.nr. 72, Verslagen Directie aan Commissarissen, verslag 19 september 1898.
NI, BERL80-2. Alle ontwerptekeningen in de (incomplete) BERL80-serie lijken van de hand van Berlage zelf te zijn. Ondanks de enorme werkdruk van de grote projecten in die jaren lijkt de bouwmeester betrokken bij alle details. De werktekeningen op ware grootte zijn hoogstwaarschijnlijk door medewerkers van zijn bureau vervaardigd.
NI, BERL80-3. Dit ontwerp is ongedateerd, maar is door Berlage vervaardigd tussen 1 november 1898 (na de RvA-vergadering) en mei 1899, de datering van een blauwdruk van BERL80-3 in Historische Collectie Nationale Nederlanden Arnhem, Amstleven, vestiging Soerabaia.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, Nota Le Comte, 5 januari 1900.
NI, BERL80-4, BERL80-5 en BERL80-6.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Surabaya aan hoofddirectie Amsterdam, 19 januari 1900.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, notulen vergadering hoofdagentschap, 17 januari 1900.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Surabaya aan hoofddirectie Amsterdam, 12 mei 1900.
Stadsarchief Amsterdam, 580, AMLL dossier Soerabaia, diverse aanbevelingsbrieven, merendeels van gerepatrieerde hoge militairen.
NI, BERL80-07 (ongedateerd schetsontwerp) tot en met BERL80-11, gedateerd november 1900. BERL80-11 is, met uitzondering van de belettering van de dakvorst en de (opengelaten) vakken voor het tegeltableau van Toorop en de entreesculpturen van Mendes da Costa, de definitieve versie van het gevelontwerp.
Het tegeltableau, groter dan de uiteindelijke versie, is vooral goed zichtbaar op BERL80-10, hier niet afgebeeld.
In NI, BERL80-10 is de gevelbrede trap met rode pen toegevoegd aan de plattegrond; in NI, BERL80-11 is deze trap in het ontwerp geïntegreerd.
De Algemeene hield in 1897 en ook bij Hulswits ontwerp in 1898 al rekening met drie percelen; het was de bedoeling dat de entreepartij bij verkrijging van het derde perceel in het midden zou komen te staan. SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Surabaya aan hoofddirectie Amsterdam, 29 april 1898.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, kasstaten van aannemer W.H. Scheffer.
Polano 1989 (noot 4), 128, 142.
Bock 1975 (noot 3), 16-17.
Zoals de ronde of afgeplatte bogen voor de tot de grond toe doorlopende winkelramen voor panden van de Algemeene en De Nederlanden van 1845 in Den Haag en Amsterdam. Overeenkomsten met eerdere woonhuizen: woonhuis Van Eeden, Bussum 1892-1893: vakwerkgevel onder puntdak, witte bepleistering, bakstenen bogen; woonhuis prof. Heymans, Groningen 1893-1895: loggia; woonhuis Cruys, Hilversum 1894, loggia; woonhuis Hubrecht, Hilversum 1895-1896: loggia, witte bepleistering, halfronde boog van baksteen; woonhuis Liesbet, Noordwijk aan Zee 1896: witte bepleistering; woonhuis Henny, Den Haag 1898: ronde bogen, loggia; villa De Schuur (voor Jan Toorop), Katwijk aan Zee 1899: ronde bogen, witte bepleistering, loggia.
Polano 1989 (noot 4), 128. Het puntdak met houten vakwerk opgevuld met pleisterwerk en de bogen van rode bakstenen boven portaal en ramen, zijn elementen in een villastijl van rond 1900, die je in Nederland nog veel aantreft. Ook Bock legt het verband tussen Villa Van Eeden en het pand in Surabaya. Bock 1975 (noot 3), 16-17.
Zo had het dus hetzelfde dominante effect op zijn omgeving als het gebouw aan het Damrak in 1894.
In het Amsterdamse kantoor zaten ook inpandige ramen tussen de kantoorruimtes. Bock 1983 (noot 3), afb. 236, 181.
Op diverse tekeningen staat meermalen het woord ‘beton’ geschreven, zoals bij de gewelfde zoldering.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, Berlages beschrijving bij ontwerptekeningen, 13 november 1900. ‘De zolderruimte blijft ongebruikt’ schreef hij. Dit was hem eerder al aangeraden door Le Comte in 1895. Volgens Norbruis verwerkte Berlage er enkele werkvertrekken, maar dat is onjuist. Norbruis 2018 (noot 6), 24.
De journalist van de Soerabaia Courant spreekt van ‘vloeren van cement’, maar de ontwerptekeningen geven aan dat de fundering en vloerconstructies (met de bekende gewelfde plafonds met stalen balken) van beton moesten zijn (zie noot 58).
Soerabaia Courant, 27 januari 1902. Een paar jaar later vielen de architectonische kwaliteit en goede klimaatbeheersing ook de Britse journalist Arnold Wright op: ‘The offices in Sourabaya are the Company’s own property, and form one of the finest in the town. They have been constructed to suit the climate and are well ventilated and cool.’ A. Wright, Twentieth Century Impressions of Netherlands India. Its History, People, Commerce, Industry, and Resources, Londen 1909, 528.
NI, BERL80-14a en BERL14b: ‘lambriseering van tegels à f 10,- inkoopsprijs in Holland’; ‘tegels 0,15 x 0.15 m met voegen ertusschen’. BERL80-15a over kleuren tegels: ‘lichtrood, geel, groen, rood, donker en lichtgeel’. Tegelproducent: Martin & Co.
In 2024 is de voorgevel opgeknapt, opnieuw gewit en is het houtwerk donkerbruin overgeschilderd, maar daarvoor waren sporen van decoratie al verdwenen.
De kasstaten van Scheffer vermelden aankopen van verf in die kleuren. SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342.
De vraag naar de reacties op het gebouw in kranten en vaktijdschriften is in dit artikel niet meegenomen.
Polano 1989 (noot 4), 163-164. Daarin vermeldt Herman van Bergeijk, auteur van deze bijdrage, ‘oude geometrische motieven in rood en groen’.
Hiervoor is nog geen afdoende verklaring gevonden. Dat het klimaat ervan de oorzaak is ligt voor de hand. Le Comte waarschuwde daar al voor in 1895 (zie noot 26). Maar het effen schilderwerk uit de bouwfase lijkt veel langer te hebben stand gehouden.
Ontwerp- of detailtekeningen van de decoraties zijn niet aangetroffen in het Berlage-archief in het Nieuwe Instituut of de historische collectie van Nationale Nederlanden, rechtsopvolger van levensverzekeringsmaatschappij Amstleven, die na faillissement van de Algemeene de Indische portefeuille ervan overnam en in 1922 het pand betrok, waar de bewaarde blauwdrukken waren achtergebleven.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, Berlages beschrijving bij ontwerptekeningen, 13 november 1900.
SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, brief Berlage aan hoofddirectie, 10 augustus 1898.
Er lijkt geen direct voorbeeld aan te wijzen, maar de sterkste associatie is met de traditionele Buginese (een bevolkingsgroep in Zuid-Sulawesi) bouwwijze. Vriendelijke mededeling Kemas Ridwan Kurniawan, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universitas Indonesia (Depok/Jakarta), 26 september 2024.
Volgens Kemas Ridwan Kurniawan (noot 71).
Twintig jaar later zou Berlage zich in Mijn Indische reis overigens kritisch uitlaten over het toepassen van traditionele inheemse motieven als decoratie op koloniale gebouwen. Berlage 1931 (noot 12), 101-102.
Marieke Bloembergen beschrijft de motieven achter en beeldvorming rond dit fenomeen. M. Bloembergen, De koloniale vertoning. Nederland en Indië op de wereldtentoonstellingen (1880-1931), Wereldbibliotheek Amsterdam [2001]. Ook op de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid (Den Haag 1898) was een Indische kampong nagebouwd. Deze kan Berlage hebben gezien, zeker aangezien Toorop hiervoor een affiche ontwierp en Mendes da Costa er een model vond voor enkele Javaanse beelden. www.buitenbeeldinbeeld.nl, Mendes da Costa, Grafmonument Veth.
Berlage schreef een lijvig artikel voor het Bouwkundig Tijdschrift over de presentatie van historische interieur- en meubelstijlen in het hoofdgebouw. De tentoonstelling had volgens biograaf Max van Rooy grote indruk op de architect gemaakt. M. van Rooy, Heb ik dat gemaakt? De vormende jaren van H.P. Berlage, bouwmeester, Amsterdam 2022, 191-192.
Zie I. Tjoa, Kampong Insulinde (doctoral thesis Vrije Universiteit Amsterdam), 2023, www.researchgate.net/publication/372439709_Kampong_Insulinde.
De Internationale koloniale en uitvoerhandel tentoonstelling in 1883 te Amsterdam gehouden, Amsterdam 1885. Berlages artikel voor het Bouwkundig Tijdschrift werd ook opgenomen in dit rapport (zie noot 75). Het boekwerk werd Berlage geschonken door de Maatschappij ter Bevordering van de Bouwkunst, zo blijkt uit een geschreven opdracht in het exemplaar in het Nieuwe Instituut. Berlage had deze voorbeelden dus onder handbereik toen hij het gebouw in Surabaya ontwierp.
M. Duijsman, ‘Batikwerk’, in: C.A. Lion Cachet 1864-1945, tent.cat.Assen (Drents Museum)/Rotterdam (Museum Boymans-van Beuningen) 1994, 28-30.
M. Simon Thomas, De Leer van het Ornament. Versieren volgens voorschrift 1850-1930, Amsterdam 1996, 166-168; K. van Ommen, ‘De Leidse boekbinder Loebèr en de Indische versieringskunst’, De Boekenwereld (2016) 4, 22-27.
In 1897 organiseerde Loebèr een tentoonstelling in de Lakenhal in Leiden over moderne kunstnijverheid van een aantal Nederlandse ontwerpers, onder wie Berlage. Leidsch Dagblad, 4 januari 1897.
Zo had Berlage in 1899 Toorops woonhuis met atelier ontworpen, Villa De Schuur in Katwijk. Polano 1989 (noot 4), 156-157. Het tegeltableau is in februari 1902 vervaardigd bij de firma Rozenburg in Den Haag. Schriftelijke informatie van Johan Kamermans, conservator Nederlands Tegelmuseum, Otterlo, 19 februari 2023.
Over de Javaanse invloed op Toorops werk en leven, zie De werelden van Jan Toorop, tent.cat. Laren (Singer Museum) 2026.
H.P. Berlage, ‘Over architectuur’, Onze Kunst 1909, 67-68.
H.P. Berlage, ‘Over architectuur’, Onze Kunst 1909, 67-68. Citaat ontleend aan: Simon Thomas 1996 (noot 79), 210.
P. Timmer, ‘Een tegeltableau van Jan Toorop in Surabaya’, in: tent.cat. Laren 2026 (noot 82), 59-68.
Nomen Deest (an.), beschrijving bij plaat 464, De Architect 10 (1902) 13. Geciteerd in: L. Tilanus, De kunst van Joseph Mendes da Costa, Zwolle 2015, 147, noot 114.
Tilanus 2015 (noot 86), 69.
Feit is dat hij in zijn beschrijving van het ontwerp het tegeltableau wel noemt, maar dat er nog geen ontwerp is vastgesteld: ‘Het tegeltableau boven den ingang zal eene toepasselijke voorstelling of inscriptie bevatten.’ SAA, 580, AMLL, inv.nr. 5342, Berlages kort bestek bij de ontwerptekeningen, 13 november 1900. Hoewel hij zijn naam niet noemt had Berlage, gezien hun al bestaande werkrelatie, vermoedelijk Toorop op het oog, of was er al sprake van overleg over de opdracht. In ditzelfde document is wel sprake van de gevelbrede trap van vijf treden aan straatzijde, maar de sculpturen komen er niet in voor. In een ongedateerde werktekening van een zijaanzicht van de ingangspartij zijn twee grote hardstenen blokken aangebracht. NI, BERL80-41. Toorop en Mendes da Costa komen niet voor in de geraadpleegde archiefstukken SAA, 580, AMLL. Opdrachtverlening vanuit de Algemeene is niet gevonden (zie noot 37).
Opdrachtverstrekking aan Mendes da Costa in die jaren is niet gedocumenteerd, Tilanus 2015 (noot 86), 68. Van beide ontwerpen is bekend dat ze in 1902 zijn vervaardigd en verscheept.
Dit blijkt uit de kasstaten van Scheffer, SAA, 580, AMLL, inv. nr. 5342. Dit komt aan de orde in een vervolgonderzoek vanuit economisch-historisch en sociaalhistorisch perspectief in samenwerking met bedrijfshistoricus Joost Dankers.
Dit vakwerk, eerder in verband gebracht met Villa Van Eeden (zie noot 54), is ook te vinden in inheemse bouw in Nederlands-Indië. Het is een algemene traditionele bouwtechniek.
Er is een foto van Berlage in zijn architectenbureau aan de Overtoom van omstreeks 1902 met achter zijn rug de presentatietekening van het pand van de Algemeene in Surabaya gemaakt door Herman Walenkamp. Zie P. Singelenberg, H.P. Berlage. Idea and style. The quest for modern architecture, 1972, 132.

