Vijftig Jaar Zaanse Schans. Een monumentenreservaat dat geen openluchtmuseum mocht worden


  • Paul Meurs




The ‘Zaanse Schans’ (Zaandam Sconce) is a ‘reservation’ of transferred monuments and windmills from the Zaan region, which lies just north of Amsterdam. A comparison with open-air museums, however, doesn’t stand up. The site is freely admissible and there are residential areas. The article at hand explores the founding and realisation of the Zaanse Schans. What was unique for the Netherlands was that fifty years ago, moving these monuments was seen as the only option to preserve them. At the time, the typical wooden structures of the Zaan region were rapidly being displaced by industry. In response to the demolition several civil initiatives devoted themselves to preserving the regional architecture.

The actual initiative to create the Zaanse Schans started during the Second World War when volunteers began to document old buildings and the first buildings to be demolished were put in storage. The municipality of Zaandam made a location available at the western side of the Kalverpolder, where a village on the banks of the Zaan River could be built from scratch. The idea was to realise an authentic ensemble. In the eyes of the pioneers ‘authenticity’ was considered A) a consistent urban development design on an appropriate location in the landscape (credible structure), B) a complete transfer and exact reconstruction of monuments (faithful in form), and C) having people live in the transferred houses (continuity of function). From the opening in 1965, the Zaanse Schans attracted many visitors, but not much thought had been given to what the experience offered to tourists might be exactly and what sort of facilities were required. Chaos ensued and visitors left in disappointment.

A visit by a local councillor to Colonial Williamsburg (USA) became a turning point: the Zaanse Schans would henceforth focus on tourism. New facilities were built in such a way that they more or less fitted within the historical narrative. Since the mid-1970s, the Zaanse Schans has remained essentially unchanged. The municipality guarded and managed the protected village view, but the development of the site as a tourist attraction was left to entrepreneurs and they created the ‘brand’ Zaanse Schans according to their own views. For instance, they created free museums about wooden shoes and cheese that were mainly aimed at selling merchandise. As the commercial exploitation was completely separate from the management of the monuments and the site, the budget was never balanced and the municipality always had to make up the deficit.

Now that subsidies are dwindling, the Zaanse Schans is compelled to expand its operation, with the goal of strengthening tourism and persuade visitors to stay longer. The ambition still is, as it was fifty years ago, to create the idea of a village ‘as it could have been in 1850’. The additions are built in the traditional local style of wood construction: new buildings based on regional typologies, materials, colours and details. A problem with this is that each party involved has its own ideas about what the Zaanse Schans essentially is. In the absence of a central controlling agency the quality of the site as a museum (authenticity and integrity of materials) is suffering. The idea from the founding years to make it a normal residential area has led to fragmented ownership and clashing interests, among other things. Unfortunately, it has now become almost impossible to preserve, let alone further develop the site’s exceptional value.

Biografie auteur

Paul Meurs

Prof. dr .ir. P. Meurs (1963) is hoogleraar Restauratie en Transformatie aan de TU in Delft. Samen met Marinke Steenhuis is hij daarnaast directeur van SteenhuisMeurs BV in Schiedam, een adviesbureau voor cultuurhistorisch onderzoek en advies. Centraal in zijn werk staat de vraag hoe bestaande kwaliteit kan worden ingezet voor het vitaal maken en houden van stad en land. Na zijn studie aan de TU Delft werkte Paul Meurs jarenlang in Brazilië. In 2000 promoveerde hij bij Auke van der Woud aan de VU op De moderne historische stad, een onderzoek naar de transformaties van Nederlandse binnensteden in de periode 1883-1940.


Dit artikel is een bewerking van het onderzoek dat SteenhuisMeurs BV, Schiedam uitvoerde ten behoeve van het Beeldkwaliteitsplan Zaanse Schans (2010). Projectteam: Paul Meurs, Hilde Sennema, Johanna van Doorn.

Bijvoorbeeld: I. Jensen en H. Zipsane (red.), On the future of open air museums, Jamtli 2008; S. Rentzhog, Open Air Museums. The history and future of a visionary idea, Jamtli 2007; J. Schlehe, Staging the past: themed environments in transcultural perspectives, Bielefeld 2010; S. Shafernich, ‘Open Air Museums in Denmark and Sweden, a critical review’, Museum Management and curatorship 13 (1994) 1, 9-38.

A. de Jong, Dirigenten van de herinnering. Musealisering en nationalisering van de volkscultuur in Nederland 1815-1940, Nijmegen 2001; J. Kerkhoven, ‘Levend verleden in de Nederlandse openluchtmusea’, Leidschrift 7 (1991) 2, 17-34; F. Walberg, Herbouwd verleden, ontstaan van het Buitenmuseum 1942-1983, Enkhuizen 1983; F. Wieringa, Een cultuur valt droog, over het ontstaan van het Zuiderzeemuseum 1916-1950, Enkhuizen 1998.

E. Beukers en C. van Sijl (red.), Geschiedenis van de Zaanstreek, Zwolle 2012.

Plan 1920. Openlucht-windmolen-museum, Gemeente Archief Zaanstad (GAZ), ongeïnventariseerd.

Plan 1920. Openlucht-windmolen-museum (noot 5).

A.J. Bernet Kempers, Vijftig jaar openluchtmuseum, Arnhem 1962, 40-42.

H.P. Moelker, Zaans Schoon 1946-1981, jubileumschrift ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de ‘Stichting voor het bevorderen, beschermen en documenteren van Zaans Schoon’, Zaandam 1981.

‘Schaven aan de Schans’, Revu, 16 januari 1965, 22.

Th. M. van der Koogh, ‘De ontwikkeling van de Zaanse Schans’, Bulletin KNOB 66 (1967) 1, 13.

Zaans Schoon gaf een blad uit, De Zaende, gewijd aan de geschiedenis van uw streek. De Zaende 1946, 1.

Moelker 1981 (noot 8), 21.

Zaans Schoon, Jaarverslag 1946-1947.

Van der Koogh 1967 (noot 10), 15.

Zaans Schoon, Jaarverslag 1949.

Lezing vermoedelijk van Van der Koogh, rond 1961, GAZ PA 101, nr. 5.

Van der Koogh 1967 (noot 10), 15.

J. Schipper, ‘Een Zaans reservaat’, De Zaende 6 (1951), 261-273.

Schipper 1951 (noot 18), 263.

Zaans Schoon, Jaarverslag 1952.

‘Voor behoud van Zaans Schoon; Studie Schipper gereed gekomen’, Gooise Courant, 24 oktober 1951.

Notulen vergadering Commissie voor Gemeentelijke Plannen, 26 februari 1953, Provinciaal Archief Noord-Holland (PANH), Archief ETD en PPD, 640, 399.

Notulen vergadering Commissie voor Gemeentelijke Plannen 1953 (noot 22).

Advies betreffende Zaanse houten huizen, 16 juni 1952; Archief Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), 53.23 6912.

Advies betreffende Zaanse houten huizen 1952 (noot 24).

Brief van OKW aan Zaans Schoon, 30 augustus 1952, Archief RCE, 53.23 6912.

Brief van Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) aan Rijkscommissie Monumentenzorg bij OKW, 13 oktober 1956, Archief RCE, 53.23 6912.

Verslag Rijkscommissie Monumentenzorg bij Ministerie Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, 11 december 1956, Archief RCE, 53.23 6912.

Verslag Rijkscommissie Monumentenzorg bij Ministerie Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1958 (noot 28).

Zaans Schoon, Jaarverslag 1959.

Van der Koogh 1967 (noot 10), 16.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1961.

‘Schaven aan de Schans’, Revu, 16 januari 1965, 23.

H. Janse, ‘Mededelingen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg’, Bulletin KNOB 62 (1963) 113.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1963.

‘Schaven aan de Schans’, Revu, 16 januari 1965, 22.

De Typhoon, 18 mei 1962.

‘Schaven aan de Schans’, Revu, 16 januari 1965, 26.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1966.

GAZ PA 151, nr. 51.

J. Schipper, Situatie Zaanse Schans maart 1968, GAZ PA 151, 151.

D. Metzelaar, ‘De organisatie en financiering van de Zaanse Schans’, Programma Houtdag 1969, Amsterdam 1969, 42.

De Typhoon, 30 juli 1969.

De Zaanlander, 29 maart 1969.

Aantekening Schipper, 6 mei 1969, GAZ PA 151, 56.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1971.

Aantekening Schipper, 6 mei 1969; GAZ PA 151, 56.

Commentaar van Cornelis de Jong op het uitbreidingsplan van Schipper, 1 maart 1973, GAZ PA 151, 56.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1976.

Stichting Zaanse Schans, Jaarverslag 1976.

Zoals: Vereniging Vrienden van het Zaanse huis, Nota bezinning op de Zaanse Schans, Zaanstad 1987; Stichting Zaanse Schans, Nota met betrekking tot de toekomstige ontwikkeling van de Zaanse Schans, Zaanstad 1987; Externe Adviescommissie ‘Zaanse Schans, waarheen?’, Spijkers met koppen, Zaanstad 1990; Stichting Zaanse Schans, Nota Visie op de toekomst van de Zaanse Schans, Zaanstad 2009.

SteenhuisMeurs, Beeldkwaliteitsplan Zaanse Schans, Schiedam 2010, en Stedenbouwkundige Visie, Schiedam 2010.

Ontwerp Islant, opgenomen in: Stichting Zaanse Schans, Nota Visie op de toekomst van de Zaans Schans, Zaanstad 2009.

Henri Jeudy, Die Welt als Museum, Berlijn 1987; Icomos, Nara Document on authenticity, 1994.




Meurs, P. (2013). Vijftig Jaar Zaanse Schans. Een monumentenreservaat dat geen openluchtmuseum mocht worden. Bulletin KNOB, 112(4), 185–201.