Onbegrepen hoeken in de Nederlanden en overzee. De zoektocht naar het ideaal in de zestiende-eeuwse vestingbouw


  • Daan Lavies




The notion of a ‘homogeneity of style’ in the historiography of military architecture carries the risk that those forms that are not directly traceable in modern historiography are too easily dismissed as out of bound or simply as the results of external factors.

This article is about fortifications that stand out because the walls between the bastions are not straight but concave. An essay by Renty and Philippeville about structures along the Habsburg-French border and the Portuguese overseas fortifications at Mazagão in Morocco and the São Sebastião fortress in Mozambique demonstrates that this is a recurring element in the ground plans of various sixteenth-century strongholds.

The external factors to which this phenomenon has sometimes been ascribed are not convincing in any of these cases, which is why the need for a theoretical foundation arose. An analysis of contemporary treatises on architecture reveals that the concept was discussed and even propagated as an ideal defense system by various theorists, in different variations. Niccolò Tartaglia appears to have been the first author who wrote about the idea of providing covering fire from both the bastions and from inward bending walls. In his treatise Quesiti et inventioni diverse, first published in Venice in 1546, he criticized the traditional square ground plan of fortresses because, in his view, it did not offer the ideal cover and was too vulnerable.

The two publications that most extensively discussed alternative concepts were the works by Jacomo Fusto Castriotto Galasso and Alghisi da Carpi, which were published in 1564 and 1570, respectively. Using concave curtain walls can be understood as an attempt to combine the advantages of the tenaille and bastion systems. In particular around the middle of the sixteenth century, when assailants would aim their cannon fire more at the bastions instead of at the well-covered curtain walls, the need for extra cover for the faces arose. Whereas Alghisi’s work remained highly theoretical, Castriotto’s suggestions are of a more pragmatic nature. He referred, for instance, to the fortress at Mazagão, demonstrating how this exceptional ground plan related to theories about building fortifications.

The current analysis shows how the bastion system was constantly discussed and refined and how authors of treatises and engineers arrived at different designs. By comparing forms and searching for theoretical foundations, hitherto misunderstood angles can now be explained.

Biografie auteur

Daan Lavies

P.D. Lavies MA werkt als zelfstandig architectuurhistoricus. Hij studeerde achtereenvolgens sociale geografie en architectuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Voor zijn afstudeerscriptie getiteld ‘The São Sebastião fortress at Mozambique Island. A testimony of the variety in sixteenth century military architecture’ ontving hij in 2013 de KNOB Stimuleringsprijs voor nieuw onderzoekstalent.


J.R. Hale, ‘The Early Development of the Bastion. An Italian Chronology c. 1450–1534’, in: J.R. Hale, J.R.L. Highfield en B. Smalley (red.), Europe in the Late Middle Ages, Londen 1965, 466-491.

F. Westra, Nederlandse ingenieurs en de fortificatiewerken in het eerste tijdperk van de Tachtigjarige Oorlog, 1573–1604, Groningen 1992, 12.

B.R.H. Roosens, ‘The transformation of the medieval castle into an early modern fortress in the 16th century. Some examples from the southern border of the Low Countries. Gravelines, Renty and Namur’, in: Actes du colloque international tenu à Gilleleje (Danemark), 24-30 aoàt 1996, Caen 1998, 193-206.

B.R.H. Roosens, Habsburgse defensiepolitiek en vestingbouw in de Nederlanden (1520–1560), Leiden 2005, 362; P. Martens, Militaire architectuur en vestingoorlog in de Nederlanden tijdens het regentschap van Maria van Hongarije (1531–1555). De ontwikkeling van de gebastioneerde vestingbouw, Leuven 2009, 184-187.

Martens 2009 (noot 4), 176.

Ch. van den Heuvel is van mening dat deze knikken geen verband kunnen houden met het systeem van traktaatschrijver Galasso Alghisi, aangezien de hoeken daar niet scherp genoeg voor zijn. Naar zijn oordeel verschaft een beek die op een van de ontwerptekeningen lijkt te zijn weergegeven de meest aannemelijke verklaring voor het opmerkelijke ontwerp. C.M.J.M. van den Heuvel, Papiere bolwercken. De introductie van de Italiaanse stede- en vestingbouw in de Nederlanden (1540–1609) en het gebruik van tekeningen, Groningen 1991, 100.

De bastionzijdes die in een hoek staan met de vestingwanden of courtines, worden de flanken genoemd. De andere twee zijdes, die naar buiten zijn gericht, worden de faces genoemd. De punt waarin de faces samenkomen, is het saillant. Een vestingfront is de module van de omwalling die binnen het fort wordt herhaald; dit beslaat bij het gebastioneerde stelsel meestal het deel van het verdedigingswerk tussen twee saillanten.

Amelio Fara geeft een militaire duiding aan de concave muurdelen van Philippeville. A. Fara, La città da guerra, Turijn 1993, 74-75.

J.B. Bury, ‘Francisco de Holanda. A little known source for the history of fortification in the sixteenth century’, Fort 5 (1978), 12-30, 18; J.B. Bury, ‘Benedetto da Ravenna (c. 1485–1556)’, Fort 22 (1994), 27-38, 33; J.B. Bury, ‘The Italian Contribution to Sixteenth Century Portuguese Architecture’, in: K.J.P. Lowe (red.), Cultural Links between Portugal and Italy in the Renaissance, Oxford 2000, 23-34; M.M. Elbl, ‘Portuguese urban fortifications in Morocco. Borrowing, adaptation, and innovation along a military frontier’, in: J.D. Tracy (red.), City Walls. The Urban Enceinte in Global Perspective, Cambridge 2000, 349-385, 381; S. Viterbo, Diccionario historico e documental dos arquitectos, engenheiros e construtores portugueses ou a servicio de Portugal, Lissabon 1899–1922, deel I, 66-70.

Elbl 2000 (noot 9), 376-377.

De Portugese humanist Francisco de Holanda (ca. 1517–1584) claimt, hoewel hij Mazagão nooit bezocht, verantwoordelijk te zijn voor het ontwerp van deze eerste gebastioneerde vesting in Afrika. Helaas is geen enkele ontwerptekening overgeleverd, waardoor het onmogelijk is na te gaan in hoeverre zijn plannen invloed hebben gehad. Wel zijn brieven bewaard gebleven waarin de uitvoerend ingenieur João de Castilho aan koning João III schrijft dat het ontwerp van Da Ravenna strikt is gevolgd. Bury 1978 (noot 9), 18; Viterbo 1899–1922 (noot 9), deel I, 193-198.

Historicus Martin Elbl concludeert: ‘Mazagan was only a small fort with a flimsy adjacent settlement, so that the new showpiece fortress was built virtually on virgin ground.’ Elbl 2000 (noot 9), 385.

De bouw van het fort ging in 1547 van start. Pas in 1583 was het proces ver genoeg gevorderd om het eerste garnizoen er te kunnen stationeren. Zie voor een analyse van de verschillende bouwfases de afstudeerscriptie van auteur: P.D. Lavies, The São Sebastião fortress at Mozambique Island. A testimony of the variety in sixteenth century military architecture, Universiteit Utrecht 2012.

‘The curtain walls between the bastions are drawn back, forming a wide obtuse angle, a practice which was not approved by the Italian architects of the sixteenth century.’ J.S. Kirkman, Men and Monuments on the East African Coast, New York 1966, 211.

N. Tartaglia, Quesiti et inventioni diverse, Venetië 1554, fol. 74; J.B. Bury, ‘Early Writings on Fortifications and Siegecraft, 1502–1554’, Fort 13 (1985), 5-48, 20-23.

Giovanni Battista de’ Zanchi, Del modo di fortificar le città, Venetië 1554; Bury 1985 (noot 15), 34.

S. Pepper, ‘Planning versus Fortification. Sangallo’s Project for the Defence of Rome’, Fort 2 (1976), 33-49.

H.M.A. de la Croix, ‘Military Architecture and the Radial City Plan in Sixteenth Century Italy’, The Art Bulletin 42 (1960), 263-290; Pepper 1976 (noot 17), 33-49.

G. Alghisi da Carpi, Delle fortificationi libri tre, Venetië 1570. Het gehele tweede boek is gewijd aan de uitwerking van Alghisi’s systeem op een reeks forten met een toenemend aantal punten.

Alghisi claimt in zijn traktaat dat hij in 1542 in Rome de combinatie van het getenailleerd stelsel en het bastionsysteem uitvond en dat Castriotto dat van hem kopieerde zonder naar hem te verwijzen. Bury 1985 (noot 15), 40.

G. Maggi en J. Castriotto, Della fortificatione delle città, Venetië 1564. Door het gehele traktaat is aangegeven welke auteur verantwoordelijk is voor de tekst. Stukken van het eerste boek en het grootste gedeelte van de twee daaropvolgende boeken zijn geschreven door Castriotto. Maggi schreef aanvullingen op deze teksten en publiceerde het traktaat na de dood van Castriotto. Historicus Horst de la Croix stelt dat de teksten van Castriotto van voor 1552 dateren en wellicht zelfs voor 1549 zijn geschreven. De la Croix 1960 (noot 18), 278-279. John Bury meent daarentegen dat delen hiervan na 1556 op papier zijn gezet, terwijl Alghisi zijn trak­taattekst naar verluid al in 1548 zou hebben geschreven. Bury 1985 (noot 15), 39-40.

Castriotto heeft ook per brief met Tarta-glia van gedachten gewisseld over dit concept. Bury 1985 (noot 15), 39. Op folio’s 24-34 verwijzen Maggi en Castriotto veelvuldig naar hun voorbeeld.

Een model dat erg lijkt op dat van Zanchi is gepubliceerd op folio 9. In een doorontwikkelde versie worden fortificaties met twee extra flanken tussen de bastions getoond (folio 64).

De zespuntige vesting op folio 54 doet bijvoorbeeld denken aan het systeem van Alghisi. Afwijkend is echter dat de hoeken tussen de twee delen van de courtine minder scherp zijn uitgevoerd en de faces van de bastions zijn geknikt.

Voor een korte beschrijving en twee af­beeldingen van Rome zie folio 76. Maza-gão wordt in het traktaat gespeld als ‘Mazacane’. Maggi en Castriotto 1564 (noot 21), folio 23 en 27.

Maggi en Castriotto 1564 (noot 21), folio 22.

Een architect die eveneens de mogelijk­heden van concave courtines onderzocht en toepaste, was Bernardo Buontalenti. Zijn traktaat over vestingbouw, dat hij tussen omstreeks 1558 en 1576 schreef, werd echter niet gepubliceerd. A. Fara, Bernardo Buontalenti. L’architettura, la guerra e l’elemento geometrico, Genua 1988.

Voor een kort overzicht zie: Lavies 2012 (noot 13), 91-92.

H.M.A. de la Croix, ‘The Literature on Fortification in Renaissance Italy’, Tech­nology and Culture 4 (1963), 30-50, 41; Westra 1992 (noot 2), 22-23.

M.A. da Pasino, Discours sur plusieurs points de l’architecture de guerre, Antwerpen 1579.

J. Perret, Des fortifications et artifices, Parijs 1601. Architectuurhistoricus ’milie d’Orgeix stelt dat het traktaat van Maggi en Castriotto een inspiratiebron is geweest voor dit werk. E. d’Orgeix, ‘Traité des fortifications, ou Architecture militaire’, 2006, online-publicatie op site Architectura: www.architectura.cesr.univ-tours.fr/traite/Notice/ENSBA_LES1698.asp?param=en

A. Manesson Mallet, Les travaux de Mars ou l’art de la guerre, Parijs 1684, deel II, 12-15.





Lavies, D. (2014). Onbegrepen hoeken in de Nederlanden en overzee. De zoektocht naar het ideaal in de zestiende-eeuwse vestingbouw. Bulletin KNOB, 113(2), 57-73. https://doi.org/10.7480/knob.113.2014.2.657