De aanleg van regenbakken in vroegmodern Deventer

Auteurs

  • Dániel Moerman MA

DOI:

https://doi.org/10.48003/knob.121.2022.3.759

##submission.downloads##

Samenvatting

In recent years, many old cisterns for the collection of rainwater have been discovered in Dutch cities, in particular in Amsterdam. Such rainwater cisterns were for centuries an important source of fresh water. Most date from the second half of the sixteenth century onwards. They were especially prevalent in the western provinces, where the ground and surface water were mostly unpotable due to salinization and pollution. However, rainwater cisterns are also known to have existed in the eastern parts of the country. Yet very little is known about the architectural history of these cisterns in the Netherlands, especially for the period prior to the seventeenth century. While there are archaeological reports detailing specific aspects of their construction, the historical literature focuses on the use of rainwater cisterns by households and industry. There is a general lack of written sources describing the construction of cisterns prior to the seventeenth century.

 

This article highlights one specific historical source that has not been fully studied, namely the accounts left by the stewards of the former ecclesiastical houses in the city of Deventer. After the city became   part of the Dutch Republic in 1591, the ecclesiastical houses were confiscated by the city and extensively refurbished. This included the construction of rainwater cisterns in around 1600. The accounts of these  works contain valuable notes regarding the construction process and maintenance of cisterns, the use of specific materials and the hiring of specialist workmen.

The findings from these notes, as presented in this article, can be used to complement recent  archaeological findings and contemporary architectural descriptions, thus providing insights for further research. The notes confirm, for example, that these rainwater cisterns were constructed underground by the same specialist, according to a specific design, using similar materials, such as bricks known as ‘klinkaerts’, and trass to create waterproof mortar. The construction of rainwater cisterns was sometimes accompanied by roof renovations designed to enhance the rainwater collection, as illustrated by an example. Ultimately, the article aims to show the relevance of such historical sources to furthering our knowledge of the construction history of rainwater cisterns in the Netherlands, in particular in the rather underexamined eastern parts of the country. Future research could aim to  synthesize such historical sources with archaeological findings in order to arrive at a more comprehensive view of rainwater cisterns and their history in both the eastern and western Netherlands.

Biografie auteur

Dániel Moerman, MA

D.J. Moerman MA is promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkt sinds 2020 binnen het NWO-project Coping with Drought aan een proefschrift over de impact van droogte op de drinkwatervoorziening in Oost-Nederlandse steden van 1500 tot 1900. (d.j.moerman@vu.nl)

Referenties

I.J. Cleijne e.a., ‘Huizenbouw en percelering in de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Van hout(skelet)bouw naar baksteenbouw in tien steden’, Nederlandse Archeologische Rapporten 59 (2017), 289; www.monumentaal.com/steentje-legtwaterkelder-onder-betty-asfalt-complexbloot/ (geraadpleegd 14 december 2021); www.monumentenzorgdordrecht.nl/bouwhistorische-rapporten/waterkelderaan-de-singel (geraadpleegd 14 december 2021); www.idds.nl/unieke-vondstwaterkelder-in-katwijk/ (geraadpleegd 14 december 2021); S. den Daas e.a., ‘Monumentale keukens in de binnenstad van Utrecht’, SteenGoed 54 (2012), 22, 29, 37, 41; P.J. de Vos, ‘Waterkelders in Leiden en elders’, Nieuwsbrief Stichting Bouwhistorie Nederland 68 (2020), 21-22.

Zie: P. Huisman en H. Buiter, ‘Het zoete nat. Zorg om drinkwater en omgang met afvalwater in Holland’, in: E. Beukers (red.), Hollanders en het water. Twintig eeuwen strijd en profijt (2), Hilversum 2007, 383-438; F. van Roosbroeck, ‘The Water Supply of Early Modern Amsterdam. A Drop in the Bucket?’, The Low Countries Journal of Social and Economic History 16 (2019) 2, 71-91.

J. Gawronski en J. Veerkamp, ‘Water uit de kelder. De verdwenen waterkelders van Amsterdam’, in: V. van Rossem, G. van Tussenbroek en J. Veerkamp (red.), Amsterdam. Monumenten & Archeologie (6) 2007, 59-69; De Vos 2020 (noot 1), 21-22.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 69.

Stadsarchief Amsterdam, 5075, inv. nr. 2908A-B, notaris Pieter Padthuijsen, geciteerd in J. Gawronski en R. Jayasena, ‘De waterkelder van de Portugese Synagoge’, Amsterdamse Archeologische Rapporten 66 (2012), 7, n. 1.

J.W. Bloemink, H.J. Nalis en M.E. Stades-Vischer, ‘De architectuur van de kapittelhuizen en hun plaats in de stad’, in: J.R.M. Magdelijns e.a. (red.), Het kapittel van Lebuinus in Deventer. Nalatenschap van een immuniteit in bodem, bebouwing en beschrijving, Nieuwegein 1996, 208-214, hier: 213; B. Groenewoudt, ‘De watervoorziening op de zandgronden. Ruimtelijke patronen, historische ontwikkelingen, achtergronden’, Tijdschrift voor Historische Geografie 4 (2019) 2, 74-88, hier: 83.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 69.

I. Vogelzang, De drinkwatervoorziening van Nederland voor de aanleg van de drinkwaterleidingen, Gouda 1956, 47-56, 136-150.

J.E. Abrahamse, De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw, Bussum 2010, 296, 300.

S. Stevin, Materiae politicae (…), Leiden [1649], 240.

M.N. Chomel, Algemeen huishoudelijk, natuur, zedekundig, en konstwoordenboek (…), Leiden/Leeuwarden 1778, 4048.

L. Alberts, Brouwen aan de Eem. Amersfoort, een Stichtse bierstad in de late middeleeuwen,

Leiden 2015, 186.

Cleijne e.a. 2017 (noot 1), 289.

De Vos 2020 (noot 1), 21-22.

P. Bitter, R. van Genabeek en C. van Rooijen, ‘De stad in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd’, Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 24 (2006), 8. https://www.cultureelerfgoed.nl/binaries/cultureelerfgoed/documenten/publicaties/2006/01/01/nationale-onderzoeksagenda-archeologie-1.0/24+-+De+stad+in+de+Middeleeuwen+en+vroegmoderne+tijd+-+NOaA.pdf

Vogelzang 1956 (noot 8), 2.

G. Overdiep, ‘Putten en pompen in de stad Groningen’, in: A.T. Schuitema Meijer, W. Boersma en A.H. Huussen jr. (red.), Groningse volksalmanak. Historisch jaarboek voor Groningen, 1982-1983, Groningen 1984, 58.

H. Ladrak en J. Klingers, Overcingel, stadspaleis van Assen. Bouwhistorische opname huis, koetshuis en schuurtjes, Erica/Wijster 2020, 14.

R. Wartena, Historisch kadaster Zutphen (2 en 4), Zutphen 2007, 400, 459.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 60-69.

Stevin 1649 (noot 10), 242.

Stevin 1649 (noot 10), 244.

Chomel 1778 (noot 11), 4085-4086.

Stevin 1649 (noot 10), 244.

Stevin 1649 (noot 10), 244.

W. Goeree, d'Algemeene Bouwkunde, Volgens d’Antyke en Hedendaagse Manier (…), Amsterdam 1681, 161.

Goeree 1681 (noot 26), 162.

Gereformeerde en Geamplieerde Stadt-Reght van Zutphen, Zutphen 1742, 98, 105.

Historisch Centrum Overijssel (HCO), 0691, Schepenen en Raad van de Stad Deventer, periode Republiek, 1591-1795, inv.nr. 22-e ‘Prothocoll (Boek) van requesten’ 1752-1757, 1208.

K. van Vliet, ‘De plaats van het kapittel in de stad’, in: J.R.M. Magdelijns e.a. (red.), Het kapittel van Lebuinus in Deventer. Nalatenschap van een immuniteit in bodem, bebouwing en beschrijving, Nieuwegein 1996, 12-13; 109.

Van Vliet 1996 (noot 30), 109-114.

H.J. Nalis, ‘Bewoningsgeschiedenis vanaf de 16e eeuw’, in: J.R.M. Magdelijns e.a. (red.), Het kapittel van Lebuinus in Deventer. Nalatenschap van een immuniteit in bodem, bebouwing en beschrijving, Nieuwegein 1996, 190-192; Bloemink, Nalis en Stades-Vischer 1996 (noot 6), 210-211.

Bloemink, Nalis en Stades-Vischer 1996 (noot 6), 212.

HCO, 0691, inv.nr. 166a Rekeningen van Dirk Heynck als ontvanger der geestelijke goederen, 1592-1608, 159.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 60.

HCO, 0691, 166a, 159.

A. Heerding, Cement in Nederland, Amsterdam 1971, 13-20.

gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=MNW&id=21964&lemmodern=klinkaard&Betekenis_id=21964.sense.3 (geraadpleegd 21 januari 2022).

D. de Roon, ‘Gedragen door water. Drijvende kelders in Amsterdam en omstreken’, Bulletin KNOB 106 (2007) 4-5, 162-178.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 60-61.

HCO, 0691, 166a, 231; mgw.meertens.knaw.nl/maat/27 (geraadpleegd 25 mei 2022).

HCO, 0691, 166a 159; zie ook: Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 60-61.

J. de Vries en A. van der Woude, Nederland 1500-1815. De eerste ronde van moderne economische groei, Amsterdam 1995, 707.

HCO, 0691, 166a, 163.

Bloemink, Nalis en Stades-Vischer 1996 (noot 6), 213.

H. Lubberding, ‘Stromarkt 19… een bijzonder pand’, Oud Deventer 31 (2012), 6-7.

Th.A. Spitzers, ‘Opgravingen aan de Stromarkt (1966/1967)’, in: J.R.M. Magdelijns e.a. (red.), Het kapittel van Lebuinus in Deventer. Nalatenschap van een immuniteit in bodem, bebouwing en beschrijving, Nieuwegein 1996, 116.

HCO, 0691, 166a, 163.

HCO, 0691, 166a, 307.

HCO, 0691, 166a, 309.

Heerding 1971 (noot 37), 20, 24.

HCO, 0691, 166b, 607. Voor het vervoer van de tufsteen en de tras waren twee karren nodig die elk twaalf stuivers aan transportkosten met zich meebrachten.

HCO, 0691, 166b, 608-609.

HCO, 0691, 166b,.864.

resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/vdaa/#source=aa__001biog20_01.xml&page=639&view=imagePane (geraadpleegd 15 december 2021).

HCO, 0691, 171x1, Rekeningen van de rentmeester van het Kapittel, 1637-1658, 45.

HCO, 0691, 171x1 45vo.

Bloemink, Nalis en Stades-Vischer 1996 (noot 6), 212-213, 247; HCO, 0691, 166c, 187-188.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 60; Overdiep 1984 (noot 17), 58.

R. Stenvert, C. Kolman, B. Olde Meierink e.a., Monumenten in Nederland. Overijssel, Zwolle 1998, 104.

De Vos 2020 (noot 1), 22.

HCO, 0691, 166c, 186b.

HCO, 0691, 166c, 185a.

Bitter, Van Genabeek en Van Rooijen 2006 (noot 15), 8.

Vogelzang 1956 (noot 8), 32-43.

G. Berends, ‘De drie huizen van het Gemene Leven in Deventer’, Bulletin KNOB 67 (1968) 2, 42-51.

HCO, 0691, 171x4,42.

HCO, 0691, 166b, 608-609.

M. van der Wal, ‘Archeologische waarneming op het Lamme van Dieseplein (project 470)’, Interne Rapportages Archeologie Deventer 87 (2015), 9-15.

Gawronski en Veerkamp 2007 (noot 3), 69.

Van der Wal 2015 (noot 69), 14.

Mailcorrespondentie met Deventer stadsarcheoloog Bart Vermeulen van 11 februari 2022.

Gepubliceerd

2022-09-20

Citeerhulp

Moerman, D. (2022). De aanleg van regenbakken in vroegmodern Deventer. Bulletin KNOB, 121(3), 42–56. https://doi.org/10.48003/knob.121.2022.3.759

Nummer

Sectie

Artikelen