Inleiding: Historische houtconstructies als producten van internationale bouwmaterialenhandel

Auteurs

  • Gabri van Tussenbroek Universiteit van Amsterdam

DOI:

https://doi.org/10.7480/knob.114.2015.3.1004

##submission.downloads##

Samenvatting

Met dit themanummer van het Bulletin knob wordt een aanzet gegeven om hout in historische gebouwen te beschouwen in relatie tot de internationale bouwmaterialenhandel, met het doel het onderzoek naar houtconstructies een nieuwe impuls te geven door deze binnen het theoretisch kader van internationale vraag- en aanbodmechanismes te beschouwen. De toepassing van hout was het resultaat van een complex samenspel van productie- en exploitatiemogelijkheden, behoeftes en handelspolitiek. Hoe gespecialiseerd en gedifferentieerd de markt was, blijkt uit archiefgegevens en dendrochronologisch onderzoek. In hoeverre een andere herkomst en aanvoer invloed hebben op de manier waarop in een importregio zoals Holland werd gebouwd, is een prikkelende vraag voor nader onderzoek.

Biografie auteur

Gabri van Tussenbroek, Universiteit van Amsterdam

Prof. dr. Gabri van Tussenbroek is bouwhistoricus bij Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. Sinds september 2015 is hij hoogleraar Stedelijke identiteit en monumenten, in het bijzonder van de stad Amsterdam aan de UvA.

Referenties

Klassiek zijn de studies van H. Janse, Houten kappen in Nederland. 1000-1940, Delft 1989 en G. Berends, Historische houtconstructies in Nederland, Arnhem 1996.

Een uitzondering is: P. Zalewski (Hrsg.), Dachkonstruktionen der Barockzeit in Norddeutschland und im benachbarten Ausland, Petersberg 2009.

P. Fraiture (dir.), Tree rings, art, archaeology. Proceedings of an international conference (Scientia Artis 7), Brussel 2011.

A. Jorissen, ‘Structural interventions’, Journal of Cultural Heritage 13 (2012) 3, 57-63; R.K.W.M. Klaassen en J.G.M. Creemers, ‘Wooden foundation piles and its underestimated relevance for cultural heritage’, Journal of Cultural Heritage 13 (2012) 3, 123-128 en R.K.W.M. Klaassen en B.S. van Overeem, ‘Factors that influence the speed of bacterial wood degradation’, Journal of Cultural Heritage 13 (2012) 3, 129-134.

Vgl. J. van Laar, ‘De bosgeschiedenis als wetenschap en onderzoeksdomein. Een historiografisch overzicht’, Historisch Geografisch Tijdschrift 31 (2013) 3, 133-142. Voor constructiegeschiedenis bijvoorbeeld: P. Hoffsummer (red.), Roof frames from the 11th to the 19th century. Typology and development in Northern France and in Belgium. Analysis of crmh Documentation, Turnhout 2009 of U. Klein, ‘Zum aktuellen Forschungsstand des hoch- und spätmittelalterlichen Holzbaus in Deutschland’, in: Holzbau in Mittelalter und Neuzeit (Mitteilungen der Deutschen Gesellschaft für Archäologie des Mittelalters und der Neuzeit 24), Paderborn 2012, 9-38.

L. Volmer en W.H. Zimmerman (red.), Glossary of prehistoric and historic timber buildings/Glossar zum prähistorischen und historischen Holzbau (Studien zur Landschafts- und Siedlungsgeschichte im südlichen Nordseegebiet 3), Wilhelmshafen 2012.

J.H. van Mosselveld e.a. (red.), Keldermans. Een architectonisch netwerk in de Nederlanden, ‘s-Gravenhage 1987; H. Janse en D.J. de Vries, Werk en merk van de steenhouwer. Het steenhouwers­ambacht in de Nederlanden voor 1800, Zwolle (etc.) 1991; G. van Tussenbroek, The architectural network of the Van Neurenberg family in the Low Countries (1480-1640) (Architectura Moderna 4), Turnhout 2006; M. Hurx, Architect en aannemer. De opkomst van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530, Nijmegen 2012.

C. van Bochove, The economic consequences of the Dutch. Economic integration around the North Sea, 1500-1800, Amsterdam 2008, hoofdstuk 2.

Vanuit historische hoek stamt de aandacht voor hout al van voor de Tweede Wereldoorlog. Zie bijvoorbeeld J. Schreiner, ‘Die Niederländer und die norwegische Holzausfuhr im 17. Jahrhundert’, Tijdschrift voor Geschiedenis 49 (1934), 303-328; C.A. Schillemans, De houtveilingen van Zaandam in de jaren 1655-1811, ‘s-Gravenhage 1947; S. Hart, ‘Een bijdrage tot de geschiedenis van de houthandel’, in: S. Hart, Geschrift en getal. Een keuze uit de demografisch-, economisch- en sociaal-historische studiën op grond van Amsterdamse en Zaanse archivalia, Dordrecht 1976, 71-92; A.M. van der Woude, Het Noorderkwartier. Een regionaal historisch onderzoek in de demografische en economische geschiedenis van westelijk Nederland van de late Middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw, Utrecht 1983, m.n. 472-484; L.A. van Prooije, ‘De invoer van Rijns hout per vlot 1650-1795’, in: Economisch- en sociaal-historisch jaarboek 53 (1990), 30-79 en L.A. van Prooije, ‘Dordrecht als centrum van de Rijnse houthandel in de 17e en 18e eeuw’, in: Economisch- en sociaal-historisch jaarboek 55 (1992), 143-158.

C. Lesger, ‘Lange-termijnprocessen en de betekenis van politieke factoren in de Nederlandse houthandel ten tijde van de Republiek’, in: Economisch- en sociaal-historisch jaarboek 55 (1992), 105-142; Van Bochove 2008 (noot 8).

G. van Tussenbroek, Historisch hout in Amsterdamse monumenten. Dendrochronologie – houthandel – toepassing (Publicatiereeks Amsterdamse Monumenten 3), Amsterdam 2012.

Van der Woude 1983 (noot 9), 480.

Gepubliceerd

2015-09-01

Citeerhulp

van Tussenbroek, G. (2015). Inleiding: Historische houtconstructies als producten van internationale bouwmaterialenhandel. Bulletin KNOB, 114(3), 129–131. https://doi.org/10.7480/knob.114.2015.3.1004

Nummer

Sectie

Redactioneel

##plugins.generic.plaudit.displayName##